Dossier Bouwregels - categorie Model-bouwverordening

Gemeenten zijn op grond van artikel 8 van de Woningwet verplicht een bouwverordening te hebben. Deze baseren zij op de Model-bouwverordening die de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft opgesteld.

De voorschriften in de Model-bouwverordening hebben betrekking op het gebruik van bouwwerken, het tegengaan van bouwen op verontreinigde grond, het slopen, het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden en de welstandscommissie.

Na de landelijke uniformering van technische bouwvoorschriften, voorschriften inzake indiening van vergunningaanvragen en van voorschriften over het brandveilig gebruik, zijn de resterende technische en procedurele voorschriften van de bouwverordening in de komende jaren aan de beurt om landelijk geregeld te worden.

 Ga direct naar de Model-bouwverordening

 Ga direct naar de jurisprudentie

 

Modernisering monumentenzorg en vergunningvrij bouwen

De vergunningplicht voor bouwactiviteiten in, op, aan of bij monumenten en in beschermd stads- en dorpsgezicht wordt versoepeld. Hierbij is aansluiting gezocht bij de bestaande bepalingen over vergunningvrije activiteiten in het Besluit omgevingsrecht (Bor). In dit artikel wordt – in antwoord op de vragen die de Helpdesk de afgelopen tijd heeft gekregen over de regels per 1 januari 2012 – ingegaan op de belangrijkste wijzigingen die van toepassing zijn op vergunningvrij bouwen.

Verplichting tot een niet-openbare bluswatervoorziening

Op 19 mei 2010 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak in een geschil over een door burgemeester en wethouders van de gemeente Breda verleende bouwvergunning tweede fase voor het bouwen van autoshowrooms met werkplaatsen op een perceel. De bouwaanvraag was echter in strijd met artikel 2.5.3, vijfde lid, van de gemeentelijke bouwverordening. Daarin is bepaald dat bij afwezigheid van een toereikende openbare bluswatervoorziening, zorg moet worden gedragen voor een doeltreffende niet-openbare bluswatervoorziening. De aangevraagde bouwvergunning had daarom geweigerd moeten worden.

Gemeentelijke verordening in relatie tot bouwregelgeving

Het blijkt nog steeds onduidelijk te zijn welke bevoegdheid een gemeente heeft om voorschriften te maken in het kader van het Bouwbesluit 2003 en het Gebruiksbesluit. In dit artikel is te lezen waarom dergelijke voorschriften al snel van rechtswege vervallen zullen zijn.

Onterechte aanschrijving niet in gebruik nemen verbouwde woning

Op 23 december 2009 deed de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak in een geschil tussen college van burgemeester en wethouders van de gemeente Blaricum en inwoners van die gemeente (vergunninghouders). Burgemeester en wethouders hadden aangeschreven een woning niet in gebruik te nemen voordat de woning bij hen gereed is gemeld en de bouwwerkzaamheden door hen akkoord zijn bevonden. Dit onder oplegging van een dwangsom van € 7.500 per constatering per dag, met een maximum van € 90.000.

Zorgvuldigheid en intrekking bouwvergunningen

Op 16 september 2009 deed de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak in een geschil tussen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland en een vergunninghouder. Burgemeester en wethouders hadden de op 19 december 2001 verleende bouwvergunning voor het geheel vernieuwen en vergroten van een bedrijfsruimte en de op 4 april 2002 verleende bouwvergunning voor het uitbreiden van die bedrijfsruimte ingetrokken. Zij gingen daartoe over omdat de werkzaamheden langer dan de in de bouwverordening bepaalde termijn hadden stilgelegen. In de bouwverordening is bepaald dat een bouwvergunning geheel of gedeeltelijk kan worden ingetrokken indien tussen het begin en het einde van de bouwwerkzaamheden de werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van 26 weken stilliggen.

Nieuw uitgangspunt inbreng tegenadvies betreffende welstand

Op 6 mei 2009 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak gedaan in een geschil tussen burgemeester en wethouders van de gemeente Aa en Hunze en omwonenden van een bouwplan. Hiervoor was een bouwvergunning en vrijstelling verleend. Het bouwplan voorziet in het vergroten van een woning ten behoeve van de psychologiepraktijk van vergunninghouder, het toevoegen en vergroten van een slaapkamer en het plaatsen van een dakkapel. Het bouwplan leidt ertoe dat de afstand van de woning tot de zijdelingse perceelsgrens drie meter bedraagt. Verder voorziet het bouwplan in het realiseren van een carport op het perceel. De carport is aan één zijde aangebouwd aan de uitbreiding van de woning. De andere zijden zijn open. Tussen het dak van de carport en de bestaande erfafscheiding, die aan de achterzijde van de carport staat, is enige ruimte aanwezig.

Brandveiligheid in Bouwbesluit en bouwverordening

De op de Woningwet gebaseerde regelgeving, zoals het Bouwbesluit 2003 en de gemeentelijke bouwverordening, bevat voorschriften over de brandveiligheid van bouwwerken. Het gaat daarbij met name om voorschriften waaraan het bouwwerk zelf en het gebruik daarvan moeten voldoen. In dit artikel wordt ingegaan op de juridische werking van die voorschriften. Daarover bestaat namelijk in de uitvoeringspraktijk soms onduidelijkheid.

Brandkleppen zouden rood moeten zijn

Het is algemeen bekend dat brandblussers gecontroleerd moeten worden en dan een nieuwe sticker krijgen. Was het voor brandkleppen ook maar zo eenduidig gemaakt. De regels zijn eigenlijk eensluidend, maar de kleppen zijn meestal niet zichtbaar en ook niet rood. Het gevolg is meestal ‘uit het oog, uit het hart’. Hoe vaak zien we niet dat er pas gekeken wordt naar de brandklep als er na verloop van soms jaren klachten zijn dat er te weinig lucht ergens komt, of er geen afzuiging plaatsvindt. Dan pas wordt er een brandklep gevonden, die al jaren dichtstaat.

Gedeeltelijke intrekking van een bouwvergunning

Op 21 november 2007 deed de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak in een geschil tussen burgemeester en wethouders van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten en vergunninghouder (Zaaknummer: 200702608/1). Burgemeester en wethouders hadden een op 27 augustus 1996 verleende bouwvergunning voor de bouw van een opslagruimte/kantoren gedeeltelijk ingetrokken. Die gedeeltelijke intrekking betrof de bouw van de kantoren. Met de bouw daarvan was niet begonnen binnen 26 weken na de verlening van de bouwvergunning, zoals de gemeentelijke bouwverordening eist.

Wijzigingen in Woningwet en Biab belicht

Om de huidige praktijk van het bouwvergunningsvrij plaatsen van de (sta)caravans voor recreatief nachtverblijf te kunnen voortzetten wordt de Woningwet gewijzigd. Naast de genoemde wijziging met betrekking tot de vergunningplicht voor caravans komt er een wijziging voor artikelen 46 en 49 Woningwet. Die wijziging treedt samen met de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli 2008 in werking. Tot slot is recent een aantal zaken gewijzigd in de bijlage bij het Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning (Biab).