Dossier Bouwregels - categorie Wabo

Voor het (ver)bouwen of gebruiken van een bouwwerk, kreeg men voorheen met verschillende vergunningen en voorschriften voor wonen, ruimte en milieu te maken, elk met hun eigen vergunningen, procedures, ambtelijke loketten, afhandelingtermijnen, leges en toezichthouders.

Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. Onder de Wabo zijn 25 bouw-, milieu-, natuur- en monumentenvergunningen samengevoegd tot één omgevingsvergunning. Hierdoor is het mogelijk om in één keer een integrale vergunningprocedure te doorlopen, dat wil zeggen één vergunning, via één procedure, met één set indieningsvereisten, gevolgd door één rechtsbeschermingsprocedure en handhaving door één instantie.

Diverse onderwerpen in de Wabo worden slechts op hoofdlijnen in die wet geregeld. Voor de concrete uitwerking wordt vaak doorverwezen naar het Besluit omgevingsrecht (Bor) (Stb. 2010, 143) en de ministeriële Regeling omgevingsrecht (Mor) (Stcrt. 2010, 5162). In het Bor en de Mor is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande uitwerkingsregelingen.

Ga direct naar de Wabo

Ga direct naar Handboek Wabo

 

Zelfredzaamheid

Minister M.H. Schultz van Haegen schrijft in haar brief over de stelselwijziging van het Omgevingsrecht aan de Tweede Kamer het volgende:

Welstand opnieuw op andere leest

Het kabinet wil [5] door een wijziging van het Besluit omgevingsrecht (Bor) aan burgemeesters en wethouders de keuze laten of zij voor de beoordeling of een bouwplan wel of niet voldoet aan de criteria in de welstandsnota, advies inwinnen bij de onafhankelijke welstandscommissie of stadsbouwmeester. Als zij dat niet doen wordt de toets door ambtenaren gedaan. Naar verwachting gaat deze verandering niet eerder in dan 1 januari 2013.

Verbouw van schuur tot woning omgevingsvergunningplichtig

Op 27 juli 2011 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak in een geschil dat betrekking had op een besluit van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland. Hierbij werd onder oplegging van bestuursdwang gelast een schuur binnen acht weken na verzending van dat besluit terug te brengen in de oude staat. Dat wil zeggen in overeenstemming te brengen met de verleende bouwvergunning uit 1966.

Uitvoering adviezen Commissie Dekker

Op 15 december 2011 heeft minister Donner van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) de brief ‘Vernieuwing bouwregelgeving 1)’ aan de Tweede Kamer gestuurd. De brief schetst de wijze waarop BZK uitvoering geeft aan de adviezen van de Commissie Dekker. Tevens geeft een brief een doorkijkje naar de verdere ontwikkeling van de bouwregelgeving. De leidraad hierbij is eigen verantwoordelijkheid, vertrouwen en het verminderen van overheidsbemoeienis bij bouwprojecten. 1) http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2011/12/16/kamerbrief-vernieuwing-bouwregelgeving.html.

Hoe groot mag een bijbehorend bouwwerk zijn?

Ik wil een bijbehorend bouwwerk bouwen. Hoe groot mag dat maximaal zijn? Dit is een vraag die met grote regelmaat bij de Helpdesk Bouwregelgeving binnenkomt. Bij de vraag zijn in de meeste gevallen diverse randvoorwaarden gegeven waarbinnen de vraag beantwoord moet worden. Er is bijvoorbeeld al een met vergunning gebouwde schuur aanwezig. Of er is eerder al een vergunningvrije overkapping gebouwd. Gevraagd wordt dan welke mogelijkheden de artikelen 2 en 3 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht nog bieden om vergunningvrij te bouwen. In deze helpdeskvraag van de maand leggen wij uit hoe de maximale bebouwingsmogelijkheden bepaald kunnen worden.

Ambtelijke toetsing aan redelijke eisen van welstand

In veel gemeenten worden kleine bouwplannen nog steeds door ambtenaren getoetst aan redelijke eisen van welstand. Sinds 1 oktober 2010, toen met de komst van de Wabo de categorie licht-vergunningplichtige bouwwerken werd afgeschaft, is ambtelijke welstandstoetsing echter formeel niet meer toegestaan. Dit artikel besteedt aandacht aan de manier waarop gemeenten toch een ambtelijke welstandstoetsing vorm kunnen geven, en doet een suggestie voor een wetswijziging die deze werkwijze een meer solide basis geeft.

Kunnen private partijen verantwoordelijkheid wel aan?

Tijdens het jaarcongres van de Vereniging BWT Nederland vond in het middagdeel een rondtafelgesprek plaats over de toekomst, kansen en risico’s van private bouwplantoetsing en bouwtoezicht. De discussie stond onder leiding van Anton Wolthuis en Norbert van den Akker van Yacht en Tjitske de Haas, plv. clustermanager Bouwkwaliteit bij het Ministerie van BZK/WWI. BWT’ers vragen zich hardop af of de private partijen wel klaar zijn voor bouwplantoetsing en bouwtoezicht. Maar dat het binnen BWT-land niet vlekkeloos loopt wordt ook erkend.

Een BWT met toekomst en techniek

Gecertificeerde bouwplantoetsing, regionale uitvoeringsdiensten, kwaliteitscriteria, het nieuwe Bouwbesluit, constructieve veiligheid, digitale informatiemodellen als BIM: een stortvloed aan ontwikkelingen laat het BWT-vak nog steeds op de grondvesten schudden. Genoeg onderwerpen dus voor wederom een boeiend jaarcongres van de Vereniging BWT Nederland op 6 oktober in het Triavium congrescentrum te Nijmegen. Maar liefst 450 congresgangers bezochten deze dag die traditiegetrouw bestond uit een plenair deel en vervolgens talrijke boeiende workshops.

Modernisering monumentenzorg en vergunningvrij bouwen

De vergunningplicht voor bouwactiviteiten in, op, aan of bij monumenten en in beschermd stads- en dorpsgezicht wordt versoepeld. Hierbij is aansluiting gezocht bij de bestaande bepalingen over vergunningvrije activiteiten in het Besluit omgevingsrecht (Bor). In dit artikel wordt – in antwoord op de vragen die de Helpdesk de afgelopen tijd heeft gekregen over de regels per 1 januari 2012 – ingegaan op de belangrijkste wijzigingen die van toepassing zijn op vergunningvrij bouwen.

Crisis- en herstelwet nog steeds te weinig toegepast

De Crisis- en herstelwet is sinds de inwerkingtreding op 31 maart 2010 al enige tijd van kracht. Voor verschillende partijen biedt de wet mogelijkheden om tot versnelde uitvoering van bouw- en infrastructurele projecten te komen. Er bestaan helaas nog misverstanden bij gemeenten en ontwikkelaars over het toepassingsbereik van de Crisis- en herstelwet. Vaak wordt gedacht dat de wet alleen op grote projecten van toepassing is. Zo worden de voordelen die de Crisis- en herstelwet te bieden heeft aan de gemeente of de ontwikkelaar die zich met de meer gebruikelijke projecten bezighoudt, over het hoofd gezien.