Van april tot en met juni van dit jaar heeft het ministerie van VROM verdiepingsbijeenkomsten over de Wabo verzorgd. Tijdens deze bijeenkomsten werd ingegaan op vijf thema"s die zeer nauw in verband staan met de Wabo: Vergunningvrij bouwen, Natuur en de Wabo, het Omgevingsloket online, Toezicht, en Archivering. Een terugblik door docenten en cursisten.

 
Download hier een printbare versie in Word

Vergunningvrij bouwen
Rick Bleeker van PRC is een van de docenten die de module Vergunningvrij bouwen verzorgde. Een lastig onderwerp dat vrij veel discussie uitlokte. Het moeilijkste aan het vergunningvrij bouwen is volgens Bleeker de verandering die betrekking heeft op het zogenaamd planologisch strijdig gebruik. "In de nieuwe situatie ben je alleen geheel omgevingsvergunningvrij als het plan past binnen het bestemmingsplan. Past het plan niet binnen het bestemmingsplan, dan heb je geen omgevingsvergunning nodig voor de activiteit bouwen, maar wel voor planologisch strijdig gebruik", aldus Bleeker.

"Over de definitie van planologisch strijdig gebruik ontstond vervolgens de nodige discussie", zo vervolgt Bleeker. "De wetgever bedoelt hiermee elke vorm van strijdigheid met het ruimtelijk kader, terwijl gemeenten bij het horen van ‘gebruik' alleen denken aan de gebruiksbepalingen van het bestemmingsplan of andere delen van het ruimtelijk kader. De term ‘gebruiken' in de Wabo geeft dus verwarring in de praktijk. Belangrijk is dat men gaat beseffen dat het om iedere vorm van strijdigheid met het ruimtelijk kader gaat."

Ondanks de complexiteit van het thema kijkt Bleeker met een goed gevoel terug op de bijeenkomsten. "Met de tien vragen die onderdeel waren van de workshop hebben we de interactie opgezocht en dat is aardig gelukt. Ook het gebruik van afbeeldingen was nuttig om de veranderingen helder in beeld te brengen.

Bij de cursisten liepen de reacties uiteen. Lammert Visser van de gemeente Dongeradeel vond dat de sessies zich te veel toespitsten op het concept van ‘train de trainer' en dat er te weinig ruimte was om inhoudelijke kennis op te doen. "Wat heb je aan trainerscapaciteiten als je de basisbeginselen van het spel niet kent?", vraagt hij zich af. "Dit gat in kennisoverdracht was een enorme omissie." Ook de wijze waarop het antwoord op gestelde vragen werd uitgesteld door te verwijzen naar het Kennisplein, vindt hij geen bevredigende oplossing. "Toch was de dag zeker niet voor niets", vertelt Visser. "Het ontmoeten van collega's met dezelfde vraagstukken was nuttig. Diverse zaken die mij nog niet helder waren, had ik van tevoren opgeschreven en kon ik daardoor ook met hen bespreken."

Monika Stierman van de gemeente Lelystad is enthousiast over de bijeenkomst. "Het is bij mij nu toch duidelijker geworden wat er verandert. En dat is nogal wat. Bovendien hebben we nu ook de beschikking over materiaal dat helder uiteenzet wat er gaat gebeuren." Ook merkt zij op dat ze een beter idee heeft gekregen van welke nieuwe vragen ontstaan. "De opzet van de casus met de vragen was daarin verhelderend", vertelt zij. "Hieruit bleek dat de Wabo openingen biedt voor de creatieve burger. Deze openingen zijn nog niet te overzien. Hoewel collega's uit de verschillende gemeenten al aardig konden aangeven waar de burger straks weer gaten gaat vinden."

Natuur en de Wabo
"De Wabo-verdiepingsdagen waren voor ons als bevoegd gezag voor de Flora- en faunawet een eerste ontmoeting met de gemeenten die op 1 oktober de coördinatie van vergunningen op zich gaan nemen", vertelt Martijn van Opijnen (ministerie van LNV) die de sessies rond dit thema verzorgde. "De toestemming op basis van de Flora- en faunawet zal onder deze omgevingsvergunning vallen."

Het verhaal van Van Opijnen was opgebouwd rondom een casus: de sloop van een fabriek met vleermuizen. Binnen die casus waren drie scenario's uitgewerkt waarin de procedurele stappen en samenwerking naar voren kwamen. "De reacties waren over het algemeen positief", vertelt Van Opijnen. "De gemeenten willen graag hun burgers helpen. Ook met het Flora- en faunaonderdeel."

Het lastige van de Flora- en faunawet is volgens Van Opijnen dat het niet altijd meteen duidelijk is of er toestemming gevraagd moet worden voor de activiteiten. Dit is afhankelijk van het antwoord op de vraag of op de locatie beschermde planten en dieren aanwezig zijn. En vervolgens of deze planten en dieren een schadelijk effect oplopen van de activiteiten. Dit zal de aanvrager zelf moeten uitzoeken. Hierbij is hulp van een deskundige nodig.

"Veel gemeenten worstelen met de vraag hoe een burger of bedrijf het onderdeel 'beschermde planten en dieren' moet invullen", weet Van Opijnen. Het ministerie van LNV heeft verschillende hulpmiddelen ontwikkeld. Een van de voorbeelden is de Natuurwijzer voor particulieren. Hiermee kan de loketmedewerker van de gemeente samen met de burger erachter komen of de burger met zijn activiteit in aanraking komt met beschermde soorten. Ook kunnen gemeentes gebruikmaken van de Nationale database voor flora en fauna. Dit is een database van de Gevens Autoriteit Natuur (GAN) waarin veel waarnemingen staan van in Nederland voorkomende dier- en plantensoorten. Tot slot kunnen gemeenten en burgers terecht op de website www.hetlnvloket.nl/florafauna.

Omgevingsloket online
Inge Kure van het ministerie van VROM was een van de docenten voor de verdiepingscursus Omgevingsloket online. Kure: "Aan de basis van deze cursus lagen de signalen die wij tijdens inloopspreekuren hebben ontvangen én een uitgebreide brainstorm met onze Helpdesk die een goed overzicht hebben van wat er leeft in het land." Het resultaat was een verdiepingsdag waarop volgens Kure positief werd gereageerd. "De module werd als verhelderend ervaren en het was goed om te zien dat door de provinciale insteek van de verdiepingsdagen gemeenten en provincies elkaar ook weer verder konden helpen of adviseren."

Het moeilijkste aan het thema vindt Kure het feit dat de invoering van het Omgevingsloket ook steeds raakt aan specifieke gemeentelijke keuzes en omstandigheden. "Het houdt niet op bij het uitleggen wat het loket wel en niet doet", licht zij toe. "Maar wij kunnen op onze beurt ook geen kennis hebben van alle gemeentelijke systemen. Daarin moet je een middenweg zien te vinden."

Al met al kijkt Kure tevreden terug op de verdiepingsdagen, met een kleine kanttekening bij het feit dat er steeds verschillen in kennis en ervaring van de deelnemers zaten. "We hebben van tevoren aangegeven wat het minimale kennisniveau moest zijn. Maar zoiets blijft lastig. Er waren nog steeds deelnemers die niet zelf achter het Omgevingsloket hadden gezeten. Wat het ook lastig maakt is dat het een verdiepingscursus Omgevingsloket online is, maar dat er ook keuzes worden besproken die projectleiders aangaan. Als er dan alleen iemand van ICT-afdeling zit, dan wordt het lastig voor die persoon om in de eigen organisatie de discussie aan te slingeren."

Toezicht
Martien Meekes is hoofd handhaving van de gemeente Ede en verzorgde de verdiepingsdag die in het teken stond van het integraal toezichtsprotocol. Met enige zorg stelt hij vast dat er de afgelopen jaren vooral veel energie en geld gestoken is in het proces van vergunningverlening. "Ook gemeenten focussen door onder andere het Omgevingsloket online erg op het vergunningproces, terwijl toezicht en handhaving grotendeels buiten beeld blijven."

Het moeilijkste aan zijn thema vindt Meekes om een gevoel van urgentie bij managers én inspecteurs op te wekken dat er goed nagedacht moet worden over wat er in de organisatie moet veranderen wil er per 1 oktober 2010 integraal gehandhaafd kunnen worden. "Daarbij gaat het niet alleen om het horizontaal verbinden (bouwen met milieu) maar om het verticaal verbinden van gemeente met Waterschap, provincie, nVWA en VROM", aldus Meekes.

"Veel deelnemers waren kritisch op de veronderstelling dat het toezicht en handhaving beter moet", vertelt Meekes. "'Het gaat (ook in kleine gemeenten) toch best goed?', vinden sommigen. Als je het toezichtprotocol laat zien - met al zijn beperkingen, want die zijn er ook genoeg - dan krijg je vrijwel alleen maar reacties op zaken die ontbreken, functionaliteit die er nog niet is, de vraag waarom er twee websites bestaan enz. Inhoudelijk zijn de opmerkingen wel terecht, maar als ik vervolgens vraag: ‘hoe hebben jullie het dan geregeld?',dan volgt een betekenisvol stilzwijgen."

Positieve reacties waren er op het feit dat www.toezichtprotocol.nu (standaard) en www.bwtoezicht.nl (na eenmalige aanmelding) gratis te gebruiken zijn. "Dus we hopen dat meer organisaties ervan gebruikmaken en ons met feedback voeden", aldus Meekes.

Het meest opvallende tijdens zijn verdiepingscursus vond Meekes het feit dat iemand die nog nooit met www.toezichtprotocol.nu had gewerkt, naar voren werd gehaald en daar voor een ‘Albert Heijn op de hoek' een checklist op maat kon maken voor zowel milieu als bouwen als brandweer. "Dat leverde bij velen toch wel het gevoel op van: ‘wauw, dat kan ik ook!'", zegt Meekes.

De meeste discussie ging uiteindelijk over implementatie en acceptatie. "Je ziet daar ook iets terug van de achterstand die er is om in handhaving van de Wabo te investeren. Bij de gemeenten, maar zeker ook bij VROM. Toezichtprotocol.nu is met zeer beperkte middelen ontwikkeld."

De insteek om zowel managers als inspecteurs samen naar de bijeenkomst te krijgen was een goede. Meekes: "Vanuit het idee dat beiden een belangrijke rol hebben, zijn we gezamenlijk gestart, vervolgens in twee separate workshops uiteengegaan om weer gezamenlijk af te sluiten". Intussen heeft de regionale brandweer gevraagd de presentatie nogmaals afzonderlijk te verzorgen en hetzelfde geldt voor de nVWA. "We hebben kennelijk wel wat losgemaakt."

Archivering
Frans Fijen verzorgde maar liefst 15 bijeenkomsten over de Wabo en archivering. "Goede bijeenkomsten", vertelt hij. "Druk bezocht ook. Er werd erg veel meegeschreven en uit alles bleek dat de bijeenkomsten in een grote behoefte voorzagen." De deelnemers bestonden hoofdzakelijk uit DIV-medewerkers. Een deel van de aanwezigen bleek niet of nauwelijks op de hoogte van de Wabo en het Omgevingsloket te zijn, en nog minder van de consequenties die de Wabo heeft op hun werk en de rest van de organisatie. De meest gehoorde conclusie was dan ook: ‘Wat is er nog veel te doen!'

"In de meeste gemeenten maken de DIV-medewerkers nog geen integraal deel uit van het Wabo-traject", vertelt hij. "Ook projectleiders Wabo en ICT managers lijken erg gemakkelijk over het thema te denken. Dat kun je best zorgwekkend noemen. Want het is maar de vraag of iedere gemeente op tijd klaar zal zijn met de specifieke voorbereidingen op het gebied van dossiervorming en archivering." De cursus was voor veel aanwezigen dan ook het startpunt om met het thema aan de slag te gaan.

Het goede nieuws is de grote gedrevenheid die Fijen onder de deelnemers waarnam om snel en grondig met de Wabo-voorbereidingen aan de slag te gaan. De leidraad Wabo DIV was door bijna alle deelnemers van tevoren gedownload en bestudeerd en vormde de basis voor de verdiepingscursus.

"Tijdens de cursus heb ik de nadruk gelegd op zes prioriteiten waarmee gemeenten mijns inziens het eerste aan de slag moeten", licht Fijen toe. "Daarbij gaat het in grote lijnen om de volgende vragen: Hoe ga je het Omgevingsloket online gebruiken? Hoe kun je de authenticiteit van documenten waarborgen? Hoe kun je per 1 oktober ervoor zorgen dat je analoge documenten kunt digitaliseren, en andersom (als je nog niet volledig digitaal werkt)? Hoe verloopt het up- en downloaden van documenten naar en van het Omgevingsloket online? Hoe maak ik adequaat dossiers aan? En hoe ga ik om met archivering?"

Het is dankzij de opbouw en de hoge mate van concreetheid in zijn cursus dat Fijen de nodige complimenten van deelnemers in ontvangst mocht nemen. "Het enige waar het aan ontbrak was iets meer tijd", zegt hij. "Alles sessies liepen uit." Maar eigenlijk bevestigde dat alleen maar het enthousiasme van de deelnemers. "De drive van de mensen om aan de slag te gaan met de prioriteiten uit de leidraad was indrukwekkend."


Meer nieuws

Abonneer direct op de gratis nieuwsbrief

Meer informatie over een abonnement op Bouwregels in de praktijk