Dossier Bouwregels - categorie Brandveiligheid

 

De brandveiligheidseisen aan bouwwerken zijn onder andere geregeld in Bouwbesluit 2003 en het Gebruiksbesluit.

In Bouwbesluit 2003 staan de belangrijkste voorschriften waaraan een bouwwerk moet voldoen dat wordt opgericht of verbouwd. In het Gebruiksbesluit staan de belangrijkste voorschriften die bepalen welke brandveiligheidsinstallaties in een bouwwerk aanwezig moeten zijn. Daarnaast staan daarin aanvullende voorschriften voor een brandveilig gebruik van bouwwerken.

Om u praktisch op weg te helpen met de brandveiligheidseisen aan bouwwerken, zijn de voorschriften uit Bouwbesluit 2003 uitgewerkt in de Verbeelding Bouwbesluit Brandveiligheid.

Bij brandveiligheid wordt relatief veel gebruik gemaakt van gelijkwaardige oplossingen. In Vraag & Antwoord vindt u daar een aantal uitgewerkte voorbeelden van.

 Ga direct naar Vraag & Antwoord Brandveiligheid

 

 

Verplichting tot een niet-openbare bluswatervoorziening

Op 19 mei 2010 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak in een geschil over een door burgemeester en wethouders van de gemeente Breda verleende bouwvergunning tweede fase voor het bouwen van autoshowrooms met werkplaatsen op een perceel. De bouwaanvraag was echter in strijd met artikel 2.5.3, vijfde lid, van de gemeentelijke bouwverordening. Daarin is bepaald dat bij afwezigheid van een toereikende openbare bluswatervoorziening, zorg moet worden gedragen voor een doeltreffende niet-openbare bluswatervoorziening. De aangevraagde bouwvergunning had daarom geweigerd moeten worden.

Tegen de (geld)stroom in?

Aanvankelijk werkte de Vereniging van Nederlandse Gemeenten actief mee aan het Gebruiksbesluit. Nu werkt zij gedeeltelijk tegen. Reden van die koerswijziging is vrees bij gemeenten dat de brandveiligheid in de horecasector niet is gewaarborgd. Zou dat de werkelijke reden zijn?

Woningtoegangsdeuren loodrecht tegenover elkaar

Door de Vereniging Stadswerk Nederland is onlangs een gelijkwaardige oplossing gepresenteerd voor een situatie dat twee woningtoegangsdeuren naast elkaar aanwezig zijn. Het naast elkaar geplaatst zijn van deze twee deuren is nu gelijkwaardig bevonden aan de situatie dat twee woningtoegangsdeuren recht tegenover elkaar zitten. Dit is een verheugende uitspraak omdat deze situatie gevoelsmatig altijd al veiliger leek dan de situatie die het Bouwbesluit 2003 aangeeft. Bij de argumentatie zijn wel enkele kanttekeningen te maken.

Meters papier in de prullenbak

Wie kent ze niet? Die meters normen, aanbevelingen, richtlijnen, kwaliteitsverklaringen, publicaties en jurisprudentie in de kast. En dan ligt de norm die u wilt inzien net weer bij uw collega of hij is verouderd. In het licht van de toenemende tijdsdruk op projecten, het nijpende tekort aan vakmensen en de verschuiving van verantwoordelijkheden in het kader van de nieuwe Woningwet is BrisWarenhuis, het softwareprogramma van BRIS (BouwRegelgeving InformatieSystemen) voor veel gebruikers inmiddels onmisbaar geworden. We vroegen enkele gebruikers naar hun ervaringen met dit systeem, dat samen met het Bouwbesluit in 1992 werd geïntroduceerd.

Vluchten en doodlopende einden

Het Bouwbesluit kent een aantal voorschriften over het vluchten uit een rookcompartiment met een doodlopend einde. Onder een doodlopend einde wordt hier bedoeld een rookcompartiment of een gang van waaruit maar in één richting kan worden gevlucht. Wij krijgen met enige regelmaat ontwerpen te beoordelen waarbij twee rookcompartimenten aan elkaar zijn gekoppeld en waarbij beide rookcompartimenten uiteindelijk maar één uitgang hebben. Dit was voor ons aanleiding om nader naar de voorschriften die doodlopende einden mogelijk maken te kijken.

Twintig jaar werken aan Bouwbesluitnormen

Al lang voor de invoering van het Bouwbesluit op 1 oktober 1992 was het bij NEN (toen nog NNI) een drukte van belang: een groot aantal normen moest geschikt gemaakt worden om door het Bouwbesluit te kunnen worden aangestuurd. Dat had heel wat voeten in de aarde. Enerzijds omdat normcommissies tot dan toe niet gewend waren om te werken met de juridische randvoorwaarden die daarvoor nodig waren. Anderzijds omdat de normcommissies zich onder druk gezet voelden een aantal inhoudelijke aanpassingen te accepteren waar zij niet zelf voor hadden gekozen.

Groot brandcompartiment

Op 24 mei 2007 zijn op het Nationaal brandveiligheidscongres 2007 door de ministeries van BZK en VROM de methode beheersbaarheid van brand en de handreiking grote brandcompartimenten gepubliceerd. Beide documenten vormen een ondersteuning om ten genoegen van Burgemeester en Wethouders aan te tonen dat een groot brandcompartiment voldoet aan § 2.22.1 van Bouwbesluit 2003 (gelijkwaardigheidsclausule voor grote brandcompartimenten). Op basis van deze documenten heeft de Werkgroep Gelijkwaardigheid een eenvoudig voorbeeld van een groot brandcompartiment uitgewerkt voor een magazijn met een kantoor.

Nieuwe gelijkwaardige oplossingen (II)

De Werkgroep Gelijkwaardigheid heeft een aantal nieuwe 'gelijkwaardige oplossingen' gepubliceerd en een oplossing die in zijn algemeenheid niet als gelijkwaardig kan worden aangemerkt. Van elk van deze oplossingen wordt in twee artikelen een samenvatting weergegeven. In deze uitgave het tweede artikel. Het eerste artikel verscheen in Bouwregels in de praktijk nr. 4 2007.

'Meer regels betekent niet automatisch meer veiligheid'

Architecten zoeken steeds meer de grenzen van de technische mogelijkheden op. Hierdoor groeit de behoefte aan duidelijkheid in de regelgeving. Vooral op het gebied van brandveiligheid is die er niet altijd. Het 'gelijkwaardigheidsbeginsel' dat het Bouwbesluit hanteert, blijkt niet in alle gevallen goed uit te werken. 'Dan is het wel van belang dat je de achtergronden van de regels kent, en niet alleen maar de regels', constateert Louis Witloks, brandpreventiedeskundige van het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid Nibra (NIFV). SBR heeft het initiatief genomen om met het 'Procesmodel aanpak gelijkwaardige brandveiligheid' meer helderheid te scheppen in het principe van gelijkwaardigheid.

Aannemer kind van de rekening?

Aan een beheerder van een pand is een gebruiksvergunning verleend. In het kader van het brandveilig gebruik van het pand was in de vergunning bepaald dat het pand door niet meer dan 192 personen tegelijk mocht worden gebruikt. De desbetreffende beheerder was het hier niet mee eens omdat in diens visie het Bouwbesluit, versie 2003, hem ruimere gebruiksmogelijkheden toekende. Hoewel het wel of niet verlenen van een gebruiksvergunning publiekrechtelijk van aard is, kan de discussie een privaatrechtelijke lading krijgen. Namelijk daar waar de aannemer nog bezig is werkzaamheden uit te voeren, maar de lokale brandweer aan de opdrachtgever heeft gemeld zonder extra werkzaamheden geen gebruiksvergunning te willen verlenen. Wie gaat die extra werkzaamheden betalen?