Dossier Bouwregels - categorie Model-bouwverordening

Gemeenten zijn op grond van artikel 8 van de Woningwet verplicht een bouwverordening te hebben. Deze baseren zij op de Model-bouwverordening die de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft opgesteld.

De voorschriften in de Model-bouwverordening hebben betrekking op het gebruik van bouwwerken, het tegengaan van bouwen op verontreinigde grond, het slopen, het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden en de welstandscommissie.

Na de landelijke uniformering van technische bouwvoorschriften, voorschriften inzake indiening van vergunningaanvragen en van voorschriften over het brandveilig gebruik, zijn de resterende technische en procedurele voorschriften van de bouwverordening in de komende jaren aan de beurt om landelijk geregeld te worden.

 Ga direct naar de Model-bouwverordening

 Ga direct naar de jurisprudentie

 

Verplichting tot een niet-openbare bluswatervoorziening

Op 19 mei 2010 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak in een geschil over een door burgemeester en wethouders van de gemeente Breda verleende bouwvergunning tweede fase voor het bouwen van autoshowrooms met werkplaatsen op een perceel. De bouwaanvraag was echter in strijd met artikel 2.5.3, vijfde lid, van de gemeentelijke bouwverordening. Daarin is bepaald dat bij afwezigheid van een toereikende openbare bluswatervoorziening, zorg moet worden gedragen voor een doeltreffende niet-openbare bluswatervoorziening. De aangevraagde bouwvergunning had daarom geweigerd moeten worden.

Elektrisch gestuurde schuifdeur als vluchtdeur

- de hoofdtoegang van een voor publiek bestemd gebouw wordt uitgevoerd als een elektrisch gestuurde schuifdeur - deze deur is bestemd als vluchtdeur

Ruimte tussen gebouwen en parkeerplaatsen

Op 27 februari 2008 deed de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak in een geschil tussen burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen en de Stichting Meervoud te Vlaardingen (Zaaknummer: 200703118/1). B & W hadden naar aanleiding van een daartoe strekkende aanvraag van de stichting, bouwvergunning verleend voor het oprichten van een kantoorgebouw. Het bouwplan was volgens hen in overeenstemming met de in artikel 44, eerste lid, van de Woningwet genoemde weigeringsgronden: bestemmingsplan, bouwverordening, Bouwbesluit 2003 en redelijke eisen van welstand. De buurman was het echter niet eens met de verlening van de bouwvergunning.

Brandveiligheid in Bouwbesluit en bouwverordening

De op de Woningwet gebaseerde regelgeving, zoals het Bouwbesluit 2003 en de gemeentelijke bouwverordening, bevat voorschriften over de brandveiligheid van bouwwerken. Het gaat daarbij met name om voorschriften waaraan het bouwwerk zelf en het gebruik daarvan moeten voldoen. In dit artikel wordt ingegaan op de juridische werking van die voorschriften. Daarover bestaat namelijk in de uitvoeringspraktijk soms onduidelijkheid.

Gedeeltelijke intrekking van een bouwvergunning

Op 21 november 2007 deed de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak in een geschil tussen burgemeester en wethouders van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten en vergunninghouder (Zaaknummer: 200702608/1). Burgemeester en wethouders hadden een op 27 augustus 1996 verleende bouwvergunning voor de bouw van een opslagruimte/kantoren gedeeltelijk ingetrokken. Die gedeeltelijke intrekking betrof de bouw van de kantoren. Met de bouw daarvan was niet begonnen binnen 26 weken na de verlening van de bouwvergunning, zoals de gemeentelijke bouwverordening eist.

Wijzigingen in Woningwet en Biab belicht

Om de huidige praktijk van het bouwvergunningsvrij plaatsen van de (sta)caravans voor recreatief nachtverblijf te kunnen voortzetten wordt de Woningwet gewijzigd. Naast de genoemde wijziging met betrekking tot de vergunningplicht voor caravans komt er een wijziging voor artikelen 46 en 49 Woningwet. Die wijziging treedt samen met de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli 2008 in werking. Tot slot is recent een aantal zaken gewijzigd in de bijlage bij het Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning (Biab).

Tussen mythe en werkelijkheid van brandoverslag

De titel van dit artikel is enigszins provocerend. Een groot aantal artikelen in het Bouwbesluit lijkt op het eerste gezicht een toonbeeld te zijn van exactheid: er wordt een prestatie-eis genoemd en een bepalingsmethode. Deze bepalingsmethode is verwoord in een NEN-norm. Een aantal van deze normen is in de loop der jaren alsmaar dikker en uitgebreider geworden. Dit leidt ertoe dat een norm soms alleen nog maar kan worden toegepast door gebruik te maken van een computer omdat de beschreven rekenmethode te complex is om nog met de hand uit te voeren. Voorbeelden hiervan zijn het berekenen van de Energieprestatiecoëfficiënt volgens NEN 2916 en NEN 5128, het berekenen van de temperatuurfactor volgens NEN 2778 en het berekenen van de warmtestralingsflux volgens NEN 6068. Bij een nadere beschouwing van deze in het Bouwbesluit aangewezen normen is er soms iets merkwaardigs aan de hand. Zo worden er uitgangspunten gehanteerd die niet kunnen worden uitgelegd maar als een soort dogma worden gebruikt.

Tegen de (geld)stroom in?

Aanvankelijk werkte de Vereniging van Nederlandse Gemeenten actief mee aan het Gebruiksbesluit. Nu werkt zij gedeeltelijk tegen. Reden van die koerswijziging is vrees bij gemeenten dat de brandveiligheid in de horecasector niet is gewaarborgd. Zou dat de werkelijke reden zijn?

Van gemeentelijke bouwverordening tot Bouwbesluit 2003

Bouwbesluit 2003 is een document dat is voortgekomen uit een ontwikkeling die meer dan een eeuw geleden is begonnen. Een ontwikkeling waarin we een sterke verschuiving waarnemen van gemeentelijke autonomie naar Europese unificatie en van receptuurachtige voorschriften gebaseerd op praktijkervaring tot geavanceerde theoretisch onderbouwde prestatie-eisen. Deze ontwikkeling tekent zich ook af in de totstandkoming van achtereenvolgend de gemeentelijke Bouwverordening, de Model bouwverordening en het Bouwbesluit.

Het Bouwbesluit nu en in 2022

Het Bouwbesluit is gemaakt op verzoek van een groot deel van de betrokken bouwpartijen. De 'bouw' wilde uniformiteit, prestatie-eisen en vrije indeelbaarheid. Daarnaast werd via de Woningwet rechtszekerheid gegeven, zowel voor de procedure (fatale termijnen) als voor de technische prestatie-eisen. Er is nu sprake van zogenaamde gebonden beslissingen. Als de aanvrager aantoont dat aan de eisen wordt voldaan, volgt 'automatisch' de vergunning. We bezitten dus een moderne technische bouwregelgeving waarmee innovatie wordt gestimuleerd. Inmiddels is via de Woningwet ook het belangrijke welstandstoezicht gemoderniseerd en transparanter geworden. Maar hoe ziet de bouwregelgeving er over vijftien jaar uit?