Dossier Bouwregels - categorie Model-bouwverordening

Gemeenten zijn op grond van artikel 8 van de Woningwet verplicht een bouwverordening te hebben. Deze baseren zij op de Model-bouwverordening die de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft opgesteld.

De voorschriften in de Model-bouwverordening hebben betrekking op het gebruik van bouwwerken, het tegengaan van bouwen op verontreinigde grond, het slopen, het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden en de welstandscommissie.

Na de landelijke uniformering van technische bouwvoorschriften, voorschriften inzake indiening van vergunningaanvragen en van voorschriften over het brandveilig gebruik, zijn de resterende technische en procedurele voorschriften van de bouwverordening in de komende jaren aan de beurt om landelijk geregeld te worden.

 Ga direct naar de Model-bouwverordening

 Ga direct naar de jurisprudentie

 

Parkeergarage en gebruiksfuncties

Op 21 december 2011 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van state uitspraak in een geschil. Dit geschil had betrekking op een besluit van burgemeester en wethouders van Utrecht, waarbij een bouwvergunning werd verleend voor het wijzigen van een eerder verleende vergunning voor het bouwen van een multifunctioneel gebouw. het bouwplan voorziet onder meer in het verleggen van de opstelstrook voor de in winkelcentrum The wall aanwezige McDrive van buiten het gebouw naar binnen de parkeergarage.

Stand van zaken Bouwbesluit 2012

Bouwbesluit 2012 is in september 2011 gepubliceerd in het Staatsblad onder nummer Stb. 2011, 416. Bouwbesluit 2012 bevat voorschriften met betrekking tot bouwen, gebruiken en slopen van bouwwerken. Tegelijk met Bouwbesluit 2012 treedt het veegbesluit in werking. Hierin staan de laatste aanpassingen in de gepubliceerde tekst van het Bouwbesluit. Dit besluit is eind december 2011 gepubliceerd in het Staatsblad (Stb. 2011, 676). Deze twee besluiten samen vormen Bouwbesluit 2012 en zullen op 1 april 2012 in werking treden.

Ruimte tussen gebouwen en parkeerplaatsen

Op 27 februari 2008 deed de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak in een geschil tussen burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen en de Stichting Meervoud te Vlaardingen (Zaaknummer: 200703118/1). B & W hadden naar aanleiding van een daartoe strekkende aanvraag van de stichting, bouwvergunning verleend voor het oprichten van een kantoorgebouw. Het bouwplan was volgens hen in overeenstemming met de in artikel 44, eerste lid, van de Woningwet genoemde weigeringsgronden: bestemmingsplan, bouwverordening, Bouwbesluit 2003 en redelijke eisen van welstand. De buurman was het echter niet eens met de verlening van de bouwvergunning.

Brandveiligheid in Bouwbesluit en bouwverordening

De op de Woningwet gebaseerde regelgeving, zoals het Bouwbesluit 2003 en de gemeentelijke bouwverordening, bevat voorschriften over de brandveiligheid van bouwwerken. Het gaat daarbij met name om voorschriften waaraan het bouwwerk zelf en het gebruik daarvan moeten voldoen. In dit artikel wordt ingegaan op de juridische werking van die voorschriften. Daarover bestaat namelijk in de uitvoeringspraktijk soms onduidelijkheid.

Brandkleppen zouden rood moeten zijn

Het is algemeen bekend dat brandblussers gecontroleerd moeten worden en dan een nieuwe sticker krijgen. Was het voor brandkleppen ook maar zo eenduidig gemaakt. De regels zijn eigenlijk eensluidend, maar de kleppen zijn meestal niet zichtbaar en ook niet rood. Het gevolg is meestal ‘uit het oog, uit het hart’. Hoe vaak zien we niet dat er pas gekeken wordt naar de brandklep als er na verloop van soms jaren klachten zijn dat er te weinig lucht ergens komt, of er geen afzuiging plaatsvindt. Dan pas wordt er een brandklep gevonden, die al jaren dichtstaat.

Tussen mythe en werkelijkheid van brandoverslag

De titel van dit artikel is enigszins provocerend. Een groot aantal artikelen in het Bouwbesluit lijkt op het eerste gezicht een toonbeeld te zijn van exactheid: er wordt een prestatie-eis genoemd en een bepalingsmethode. Deze bepalingsmethode is verwoord in een NEN-norm. Een aantal van deze normen is in de loop der jaren alsmaar dikker en uitgebreider geworden. Dit leidt ertoe dat een norm soms alleen nog maar kan worden toegepast door gebruik te maken van een computer omdat de beschreven rekenmethode te complex is om nog met de hand uit te voeren. Voorbeelden hiervan zijn het berekenen van de Energieprestatiecoëfficiënt volgens NEN 2916 en NEN 5128, het berekenen van de temperatuurfactor volgens NEN 2778 en het berekenen van de warmtestralingsflux volgens NEN 6068. Bij een nadere beschouwing van deze in het Bouwbesluit aangewezen normen is er soms iets merkwaardigs aan de hand. Zo worden er uitgangspunten gehanteerd die niet kunnen worden uitgelegd maar als een soort dogma worden gebruikt.

Tegen de (geld)stroom in?

Aanvankelijk werkte de Vereniging van Nederlandse Gemeenten actief mee aan het Gebruiksbesluit. Nu werkt zij gedeeltelijk tegen. Reden van die koerswijziging is vrees bij gemeenten dat de brandveiligheid in de horecasector niet is gewaarborgd. Zou dat de werkelijke reden zijn?

Van gemeentelijke bouwverordening tot Bouwbesluit 2003

Bouwbesluit 2003 is een document dat is voortgekomen uit een ontwikkeling die meer dan een eeuw geleden is begonnen. Een ontwikkeling waarin we een sterke verschuiving waarnemen van gemeentelijke autonomie naar Europese unificatie en van receptuurachtige voorschriften gebaseerd op praktijkervaring tot geavanceerde theoretisch onderbouwde prestatie-eisen. Deze ontwikkeling tekent zich ook af in de totstandkoming van achtereenvolgend de gemeentelijke Bouwverordening, de Model bouwverordening en het Bouwbesluit.

Het Bouwbesluit nu en in 2022

Het Bouwbesluit is gemaakt op verzoek van een groot deel van de betrokken bouwpartijen. De 'bouw' wilde uniformiteit, prestatie-eisen en vrije indeelbaarheid. Daarnaast werd via de Woningwet rechtszekerheid gegeven, zowel voor de procedure (fatale termijnen) als voor de technische prestatie-eisen. Er is nu sprake van zogenaamde gebonden beslissingen. Als de aanvrager aantoont dat aan de eisen wordt voldaan, volgt 'automatisch' de vergunning. We bezitten dus een moderne technische bouwregelgeving waarmee innovatie wordt gestimuleerd. Inmiddels is via de Woningwet ook het belangrijke welstandstoezicht gemoderniseerd en transparanter geworden. Maar hoe ziet de bouwregelgeving er over vijftien jaar uit?

Geen handhavingsmaatregelen tegen verspreiding van rook!

Op 17 januari 2007 deed de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak in een geschil tussen burgemeester en wethouders van de gemeente Wijk bij Duurstede en een derdebelanghebbende (Zaaknummer: 200602174/1). Burgemeester en wethouders hadden een verzoek van een derde om handhavend op te treden tegen hinder door verspreiding van rook uit het rookafvoerkanaal van zijn buurman afgewezen. Op dat rookafvoerkanaal was de kachel van de buurman aangesloten. De woningen maken deel uit van een buurtschap dat uit zes woningen bestaat.