Dossier Bouwregels - categorie Ruimtelijke Ordening

Ruimtelijke ordening is het proces waarbij met een groot aantal spelregels de ruimte planmatig wordt benut en ingericht. Daarbij wordt rekening gehouden met individuele en gemeenschappelijke belangen. Onderwerpen die hierbij onder andere aan de orde komen zijn: gebiedsontwikkeling, bestemmingsplannen, vastgoed en woningcorporaties.

De Wet ruimtelijke ordening  bevat een stelsel van verantwoordelijkheden en bevoegdheden met betrekking tot de ruimtelijke ordening. Voor de uitvoering van een concreet project is een omgevingsvergunning van de Wabo nodig. Het uitvoeringsinstrumentarium is per 1 oktober 2010 van de Wro naar de Wabo verhuisd.

 Ga direct naar de Wro

 Ga direct naar de jurisprudentie

Bewijsvoering en privacy

Als de betrokkenen ingeschreven staan in de GBA op het adres van het recreatieverblijf dan kan de bewoning worden aangetoond met enkele andere omstandigheden, zoals controles van het recreatieverblijf, de gegevens van de RDW en de gegevens uit het kadaster.

Minimaal vereist

In dit kader is met name van belang dat niet 'enkel' wordt volstaan met een standaardlijst waarop bepaalde relevante zaken zoals 'planten voor de ramen' en 'tuinmeubilair aanwezig' worden aangevinkt.

Aanbevelenswaardig

In deze lijst met zaken die aanbevelingswaardig zijn, staan een aantal zaken die niet zonder meer verkregen kunnen worden. Zo zal het opvragen van gegevens bij nutsbedrijven op bezwaren van deze bedrijven kunnen stuiten. Zij overtreden de Wet bescherming persoonsgegevens door deze gegevens te verstrekken aan derden voor een ander doel dan waarvoor ze zijn verzameld.

Algemene tips en aanbevelingen

Het is namelijk wel eens voorgekomen dat een dwangsomoplegging die aangetekend naar het adres van het recreatieverblijf is verzonden, niet is afgehaald door de bewoner. De brief wordt dan alsnog per gewone post verzonden.

Paragraaf 8 Invordering

Als de dwangsombeschikking in stand blijft na een eventuele bezwaar- en beroepsprocedure zal, als niet voldaan wordt aan de last in de aanschrijving, een invorderingsprocedure moeten worden gestart. Hieronder worden de stappen in de invorderingsprocedure omschreven.

Betalingsverzoek

Bij het betalingsverzoek moet er allereerst op de verjaringstermijn gelet worden. Een dwangsom verjaart indien niet binnen een half jaar na het verbeuren van de dwangsom aanspraak is gemaakt op betaling van de dwangsom. Deze verjaringstermijn is wettelijk vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht.

Aanmaning

Als de betrokkene niet binnen de genoemde termijn in het betalingsverzoek de dwangsommen betaald dan moet een aanmaning verzonden worden. De aanmaning is een herinnering dat de verbeurde dwangsommen betaald moeten worden.

Dwangbevel

Mocht de betrokkene na het verstrijken van de termijn in de aanmaning niet betaald hebben dan zal de invordering in handen van de deurwaarder gesteld moeten worden. De deurwaarder zal een dwangbevel betekenen tot invordering van de verschuldigde dwangsommen, inclusief wettelijke rente en de invorderingskosten. Tegen het dwangbevel staat verzet open bij de burgerlijke rechter. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel.

Paragraaf 9 Lijst belangrijke jurisprudentie

In dit hoofdstuk worden enkele relevante uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beschreven die een handvat kunnen zijn bij de aanpak van de permanente bewoning van recreatieverblijven.

Bewijslast en inschrijving GBA

ABRS 25 juli 2001 Zaaknummer 200001912/1 (gemeente Haaksbergen) Burgemeester en wethouders stelden zich bij het nemen van het besluit in primo op het standpunt dat die inschrijving samen met enkele andere omstandigheden het vermoeden rechtvaardigde dat appellanten ten tijde van het nemen van het besluit in primo op dat adres hun hoofdverblijf hadden. De Afdeling acht dat standpunt niet in strijd met het recht.