Duurzaam bouwen is conjunctuurongevoelig

De bouw gaat door moeilijke, maar ook interessante tijden. De gevolgen van de kredietcrisis zijn overal voelbaar. Tegelijkertijd moet de bouwwereld een omslag maken om het milieu te redden. Jos Cox, CEO van Xella en voorzitter van de EAACA (de vereniging van Europese cellenbetonproducenten), roept op tot vergaande samenwerking om te komen tot een duurzame bouw. Een interview over passiefbouw, monolithisch bouwen, de kredietcrisis en megatrends als prefabricage en energiebesparing.

Multifunctionele gebouwen en bedrijfsverzamelgebouwen

De termen ‘multifunctioneel gebouw’ en ‘bedrijfsverzamelgebouw’ worden in de praktijk regelmatig gebruikt, maar komen in de bouwregelgeving niet voor. Op zichzelf is dat logisch omdat de bouwregelgeving slechts gericht is op één aspect van de activiteiten van organisaties die dergelijke gebouwen gebruiken. Als bijvoorbeeld een ouderenzorgorganisatie, een apotheker, een huisartsengroep en een kinderopvangorganisatie besluiten om zich samen in een gebouw te vestigen, dan houdt de bouwregelgeving dat niet tegen. Hoe zo’n gebouw genoemd wordt, bedrijfsverzamelgebouw, multifunctioneel gebouw of ….centrum, maakt voor de bouwregelgeving (Bouwbesluit en Gebruiksbesluit) niets uit. Het enige dat voor de bouwregelgeving van belang is, is dat duidelijk is wat de gebruiksbestemming is van de te onderscheiden delen van het gebouw.

Afstudeeronderzoek leidt tot integraal energie-instrument

Hoe bewuster we met energie kunnen omgaan, hoe beter. We willen graag een brug kunnen slaan tussen ontwerp, realisatie en gebruik. We willen ook graag alle mogelijke energiebesparingsmaatregelen op waarde kunnen schatten. De huidige energiebesparingsmodellen en -normen voorzien hier voor een deel in. Het is in deze tijd van verdergaande bewustwording nodig om te komen tot een nieuwe integrale aanpak van dit vraagstuk. Twee afstudeerders van de Hogeschool Windesheim te Zwolle, Bart Geurts en Martin Harbers, zijn hierop ingesprongen en hebben het energiemodel genaamd ‘TRANSMIT’ ontwikkeld: een nieuwe stap in energiebewustwording van A (initiatief) tot Z (exploitatie).

Exploitatiebijdragen bij de omgevingsvergunning

Omgevingsvergunning en exploitatieplan, deel 2 Nu gemeentelijke afdelingen te maken krijgen met de uitvoering van exploitatieplannen roept dat een aantal vragen op. In Bouwregels in de praktijk nr. 5 2010 verscheen het eerste artikel over de toetsing van bouwaanvragen aan het exploitatieplan. Dit tweede artikel gaat over enkele zaken rond betaling en afrekening van exploitatiebijdragen.[1] Aangezien de invalshoek voor betaling van exploitatiebijdragen de omgevingsvergunning is, wordt deze materie vanuit die invalshoek behandeld. Daarmee is in deze bijdrage gekozen voor het perspectief van de gemeentelijke afdelingen vergunningen, die te maken hebben met toetsing van de bouwaanvraag en verlening van de omgevingsvergunning (hierna gemakshalve: de vergunning). Qua terminologie is uitgegaan van de inwerkingtreding van de Wabo en de Invoeringswet Wabo.[2]

Aedes formuleert visie op bouwregelgeving

In de beleidsnotitie ‘Waar staan we met de bouwregels?’ formuleert Aedes een visie op regelgeving. Vanuit die visie kan de corporatiesector acteren in vraagstukken van (de)regulering, uniformering, rechtszekerheid en bevordering van innovatie. Al deze zaken blijken een eigen rol te spelen bij wet- en regelgeving. Van de bedrijfstak woningcorporaties wordt terecht een permanente inbreng gevraagd bij het tot stand komen, het afschaffen of wijzigen van regels. De visie van Aedes is een kompas bij het vormgeven van die inbreng.

Vallen en opstaan

De val van het kabinet Balkende IV luidde een grillige periode in op het vlak van de parlementaire besluitvorming. Tegen eerdere verwachtingen in keurde de Eerste Kamer in maart toch de Crisis- en herstelwet goed. Veel senatoren hadden en hebben ernstige twijfels over deze wet en wilden er aanvankelijk geen klap op geven. Ontwikkelaars en bouwers spraken er schande van. Op zich niet zo vreemd als je beseft, dat de gevolgen van de recessie in de bouwsector nu pas echt voelbaar geworden zijn.

Crisis- en herstelwet: de crisis voorbij?

De inmiddels demissionaire ministerraad heeft besloten om met de Crisis- en herstelwet de volgende stap te zetten in het bestrijden van de gevolgen van de economische crisis. In de nacht van 17 maart stemde de Eerste Kamer uiteindelijk in met deze wet. De Crisis- en herstelwet is gericht op de versnelling van ruimtelijke projecten, zoals woningbouw, bedrijventerreinen en infrastructuur, en projecten op het gebied van duurzaamheid, energie en innovatie. Immers, juist deze projecten geven een stimulans aan de economie en dragen bij aan werkgelegenheid en duurzaamheid.

Administratieve procedure onteigening Titel IIa (Ow-3)

De Onteigeningswet stamt uit 1851 en is dus inmiddels meer dan 150 jaar oud. Natuurlijk is de wet in al die jaren niet ongewijzigd gebleven. Inmiddels zijn zo’n 100 wijzigingen en aanvullingen doorgevoerd, wat de duidelijkheid en leesbaarheid van de wet geen goed heeft gedaan. In de loop van de tijd heeft de wetgever onder meer via zogenoemde bijzondere titels voor specifieke categorieën van werken toepassing van het onteigeningsinstrument mogelijk gemaakt. Titel IIa van de Onteigeningswet is gericht op onteigening voor de aanleg en verbetering van wegen, bruggen, bermen, bermsloten, spoorwegwerken, kanalen, havenwerken, werken voor de bestrijding van de verontreiniging van oppervlaktewateren, terreinen en werken voor de luchtvaart en voor de verbetering of verruiming van rivieren. Op 1 april 2010 is de Onteigeningswet gewijzigd door de totstandkoming van de Crisis- en herstelwet (Staatsblad 2010, nrs. 135, 136 en 137). Dat heeft ook tot (beperkte) wijzigingen van Titel IIa geleid.

Recente wijzigingen Bouwbesluit 2003

Eind vorig jaar en in januari 2010 is het Bouwbesluit 2003 gewijzigd. Het gaat hierbij om een wijziging van de voorschriften met betrekking tot sterkte van een bouwwerk geen gebouw zijnde (inwerkingtreding 29-12-2009) en bescherming tegen geluid van vliegtuiglawaai (inwerkingtreding 20-1-2010).

Crisis en herstelwet introduceert projectuitvoeringsbesluit

Het wetsvoorstel Crisis en herstelwet[1] (hierna: Chw) is in een zeer hoog tempo ontwikkeld en zou op 1 januari 2010 in werking moeten treden. De datum van inwerkingtreding van de Chw staat nu op 1 maart 2010[2]. Het wetsvoorstel omvat tijdelijke (tot 1 januari 2014) en structurele maatregelen om haar doel te bereiken. Voor het versneld uitvoeren van bouwprojecten en aangewezen categorieën van andere projecten van maatschappelijke betekenis is een nieuwe regeling bedacht: het projectuitvoeringsbesluit. Het projectuitvoeringsbesluit is een tijdelijke maatregel.