Dossier Bouwregels - categorie Ruimtelijke Ordening

Ruimtelijke ordening is het proces waarbij met een groot aantal spelregels de ruimte planmatig wordt benut en ingericht. Daarbij wordt rekening gehouden met individuele en gemeenschappelijke belangen. Onderwerpen die hierbij onder andere aan de orde komen zijn: gebiedsontwikkeling, bestemmingsplannen, vastgoed en woningcorporaties.

De Wet ruimtelijke ordening  bevat een stelsel van verantwoordelijkheden en bevoegdheden met betrekking tot de ruimtelijke ordening. Voor de uitvoering van een concreet project is een omgevingsvergunning van de Wabo nodig. Het uitvoeringsinstrumentarium is per 1 oktober 2010 van de Wro naar de Wabo verhuisd.

 Ga direct naar de Wro

 Ga direct naar de jurisprudentie

Waterwoningen worstelen met Bouwbesluit

Op 14 juni 2007 is door ABC Arkenbouw uit Urk de eerste in Nederland volgens Bouwbesluit gebouwde waterwoning opgeleverd. Inmiddels neemt mede hierdoor de belangstelling voor drijvende woningen flink toe. Maar gemeenten kunnen nog steeds zelf kiezen om een drijvend object aan te merken als ‘ongeregelde’ woonboot, of als een ‘bouwwerk in de zin van de Woningwet’ dat daarmee moet voldoen aan het Bouwbesluit. ‘Meer duidelijkheid is gewenst, vooral bij vervanging van bestaande woonarken en waterwoningen’, zegt Willem Visser, technisch directeur ABC Arkenbouw.

Crisis- en herstelwet nog steeds te weinig toegepast

De Crisis- en herstelwet is sinds de inwerkingtreding op 31 maart 2010 al enige tijd van kracht. Voor verschillende partijen biedt de wet mogelijkheden om tot versnelde uitvoering van bouw- en infrastructurele projecten te komen. Er bestaan helaas nog misverstanden bij gemeenten en ontwikkelaars over het toepassingsbereik van de Crisis- en herstelwet. Vaak wordt gedacht dat de wet alleen op grote projecten van toepassing is. Zo worden de voordelen die de Crisis- en herstelwet te bieden heeft aan de gemeente of de ontwikkelaar die zich met de meer gebruikelijke projecten bezighoudt, over het hoofd gezien.

Duurzame ontwikkeling en omgevingsvergunning

Energieneutrale wijken worden gebouwd, duurzaam renoveren is een belangrijk item, evenals gezonde woonomgeving, frisse scholen, groene bedrijfsterreinen en burgerparticipatie. Duurzaam (her)ontwikkelen is een proces, een continue zoektocht naar integraal samenhangende duurzame oplossingen. Dit proces vereist een intensieve(re) samenwerking tussen verschillende beleidsterreinen, overheden en marktpartijen. Goede afstemming is eveneens noodzakelijk bij de behandeling van een aanvraag omgevingsvergunning, die per 1 oktober 2010 van kracht wordt. Op dit punt zijn parallellen te trekken met de aanpak van duurzaam ontwikkelen.

Wro beter afgestemd op bouwvergunning

Op 1 juli 2007 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) van kracht geworden. De nieuwe Wro heeft het afgelopen jaar tot een aantal vragen geleidt over met name de samenloop van de bouwvergunning en een ontheffing van het bestemmingsplan en over de stedenbouwkundige voorschriften. Bij beide aspecten was sprake van fouten in de invoeringswet met onbedoelde gevolgen. In dit artikel worden de betreffende punten toegelicht naar aanleiding van de ‘reparatie’ van de genoemde punt.

Lichthinder in de gebouwde omgeving

Nederland is één van de meest lichtvervuilde gebieden ter wereld. Kunstmatige verlichting is een onlosmakelijk bijeffect van de verstedelijking en de 24-uurs-economie. Door een verlichtingsinstallatie kunnen ongewenste visuele neveneffecten ontstaan bij andere personen dan die waarvoor de installatie bestemd is. Voorbeelden hiervan zijn sportverlichting, terreinverlichting, reclameverlichting, de aanstraling van gebouwen, wegverlichting en kasverlichting, die bij omwonenden en weggebruikers hinder opleveren. Lichthinder is echter voor een aantal situaties in duidelijke richtlijnen gevangen en toetsbaar.

Bouwen aan de Ecologische Hoofdstructuur

In 1990 introduceerde het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De Nederlandse EHS is een samenhangend netwerk van 728.500 ha bestaande en nog te ontwikkelen nieuwe natuurgebieden, die ook aansluiten op natuurgebieden in ons omringende landen. Doel is instandhouding en ontwikkeling van deze natuurgebieden ter vergroting en versterking van de biodiversiteit. Natura 2000-gebieden zijn ook onderdeel van de EHS. Provincies zijn belast met de uitvoering. De EHS moet in 2018 gereed zijn.

Relatie tussen Bouwbesluit 2003 en bestemmingsplan

Het bestemmingsplan en het Bouwbesluit 2003 zijn beide instrumenten die van belang zijn voor het bouwen. Dat blijkt nu al uit de weigeringsgronden voor de bouwvergunning en dat wordt niet an-ders na de invoering van de omgevingsvergunning. Hoewel beide instrumenten zich op verschillen-de toepassingsniveaus afspelen, zijn er – hoe kan het ook anders – toch de nodige relaties tussen beide instrumenten. Deze relaties worden in dit artikel nader belicht.

Bezonning in de gebouwde omgeving

Vrijwel iedereen heeft behoefte aan toetredend zonlicht in woningen en kantoren. Zonnestraling geeft warmte en licht en voldoet aan de emotionele behoefte van de gebruikers/bewoners van een gebouw. In buitenruimten (tuinen en parken) is de bezonning ook een kwaliteitsfactor. Bij verkaveling en het situeren van gebouwvolumes is inzicht in de bezonning respectievelijk beschaduwing van het plangebied vaak essentieel, ook in relatie tot duurzame zonne-energie.

Grondexploitatiewet vraagt cultuuromslag

Het ontwikkelen van gebieden wordt steeds vaker een activiteit waarbij zowel de gemeente als de marktpartijen (vaak projectontwikkelaars) betrokken zijn. Dus moeten er afspraken worden gemaakt over de verdeling van de kosten, zoals de kosten voor grondverwerving, bodemverbetering, groenvoorzieningen, verharding en waterberging. Hoe kunnen deze kosten eerlijk worden verdeeld? De Grondexploitatiewet biedt een kader.

Paarse krokodillen eerst

Grote dingen werpen hun schaduw vooruit. Grote voorzienbare gebeurtenissen ook. Met de Wabo en de omgevingsvergunning binnen onze directe horizon is het belangrijk om snel te beginnen met de voorbereidingen voor de invoering. Veel gemeenten doen dat al. Op het ‘Kennisplein Omgevingsvergunning’ wordt 2009 gepromoot als hét jaar om aan de slag te gaan. Ik steun die aanbeveling en pleit ervoor om daarnaast ook de gemeentelijke procedurele regeldruk en pseudo-wetgeving op te schonen.