Dossier Bouwregels - categorie Ruimtelijke Ordening

Ruimtelijke ordening is het proces waarbij met een groot aantal spelregels de ruimte planmatig wordt benut en ingericht. Daarbij wordt rekening gehouden met individuele en gemeenschappelijke belangen. Onderwerpen die hierbij onder andere aan de orde komen zijn: gebiedsontwikkeling, bestemmingsplannen, vastgoed en woningcorporaties.

De Wet ruimtelijke ordening  bevat een stelsel van verantwoordelijkheden en bevoegdheden met betrekking tot de ruimtelijke ordening. Voor de uitvoering van een concreet project is een omgevingsvergunning van de Wabo nodig. Het uitvoeringsinstrumentarium is per 1 oktober 2010 van de Wro naar de Wabo verhuisd.

 Ga direct naar de Wro

 Ga direct naar de jurisprudentie

Dierenverblijven en brandcompartimentering

Op 27 april 2011 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak in een geschil. Dit geschil had betrekking op een besluit van burgemeester en wethouders van Boxmeer, waarbij voor het oprichten van een zeugen-/biggenstal bouwvergunning was verleend.

Crisis- en herstelwet nog steeds te weinig toegepast

De Crisis- en herstelwet is sinds de inwerkingtreding op 31 maart 2010 al enige tijd van kracht. Voor verschillende partijen biedt de wet mogelijkheden om tot versnelde uitvoering van bouw- en infrastructurele projecten te komen. Er bestaan helaas nog misverstanden bij gemeenten en ontwikkelaars over het toepassingsbereik van de Crisis- en herstelwet. Vaak wordt gedacht dat de wet alleen op grote projecten van toepassing is. Zo worden de voordelen die de Crisis- en herstelwet te bieden heeft aan de gemeente of de ontwikkelaar die zich met de meer gebruikelijke projecten bezighoudt, over het hoofd gezien.

Duurzame ontwikkeling en omgevingsvergunning

Energieneutrale wijken worden gebouwd, duurzaam renoveren is een belangrijk item, evenals gezonde woonomgeving, frisse scholen, groene bedrijfsterreinen en burgerparticipatie. Duurzaam (her)ontwikkelen is een proces, een continue zoektocht naar integraal samenhangende duurzame oplossingen. Dit proces vereist een intensieve(re) samenwerking tussen verschillende beleidsterreinen, overheden en marktpartijen. Goede afstemming is eveneens noodzakelijk bij de behandeling van een aanvraag omgevingsvergunning, die per 1 oktober 2010 van kracht wordt. Op dit punt zijn parallellen te trekken met de aanpak van duurzaam ontwikkelen.

Welstand en de wet van de remmende voorsprong

Voor mij ligt het boek ‘Mooi Europa’ over Ruimtelijke kwaliteitszorg in Europa, dat SUN vorig najaar uitbracht, samen met de Federatie Welstand. De auteurs zijn FW-directeur Flip ten Cate en prof. dr. Nico Nelissen. Mijn bedoeling was om er een recensie over te schrijven. Het leek me een relevant boekwerk op dit moment, omdat de discussie over welstand weer volop gaande is op zowel lokaal als landelijk niveau. Na lezing ben ik die mening nog steeds toegedaan, maar de actuele situatie leidt me af van het boek.

Samen met bouwers de regeldruk te lijf

In hun dagelijkse bedrijfsvoering hebben ondernemers in de bouw te maken met tal van wetten, regels en vergunningen. Regels en wetten garanderen veiligheid en kwaliteit en gaan oneerlijke concurrentie tegen. Maar bouwers mogen niet gebukt gaan onder onnodige of onduidelijke regels. Zeker niet in deze moeilijke tijden.

Lichthinder in de gebouwde omgeving

Nederland is één van de meest lichtvervuilde gebieden ter wereld. Kunstmatige verlichting is een onlosmakelijk bijeffect van de verstedelijking en de 24-uurs-economie. Door een verlichtingsinstallatie kunnen ongewenste visuele neveneffecten ontstaan bij andere personen dan die waarvoor de installatie bestemd is. Voorbeelden hiervan zijn sportverlichting, terreinverlichting, reclameverlichting, de aanstraling van gebouwen, wegverlichting en kasverlichting, die bij omwonenden en weggebruikers hinder opleveren. Lichthinder is echter voor een aantal situaties in duidelijke richtlijnen gevangen en toetsbaar.

Welstand Transparant

Het project WelstandTransparant van de Federatie Welstand heeft als doel om de inhoud van de gemeentelijke welstandsnota’s eenduidig en digitaal beschikbaar te stellen via internet. Hierdoor wordt de inzichtelijkheid en dus de transparantie van het beleid bevorderd. De informatie wordt, net als bij bestemmingsplannen, opgeslagen op basis van geografische kenmerken. Hierdoor is het mogelijk om via een digitale kaart, maar ook via een zoekopdracht op adres, de juiste informatie snel te tonen. Een bijkomend voordeel is dat hiermee ook koppelingen gelegd kunnen worden met verschillende andere informatiebronnen.

Bouwen aan de Ecologische Hoofdstructuur

In 1990 introduceerde het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De Nederlandse EHS is een samenhangend netwerk van 728.500 ha bestaande en nog te ontwikkelen nieuwe natuurgebieden, die ook aansluiten op natuurgebieden in ons omringende landen. Doel is instandhouding en ontwikkeling van deze natuurgebieden ter vergroting en versterking van de biodiversiteit. Natura 2000-gebieden zijn ook onderdeel van de EHS. Provincies zijn belast met de uitvoering. De EHS moet in 2018 gereed zijn.

Relatie tussen Bouwbesluit 2003 en bestemmingsplan

Het bestemmingsplan en het Bouwbesluit 2003 zijn beide instrumenten die van belang zijn voor het bouwen. Dat blijkt nu al uit de weigeringsgronden voor de bouwvergunning en dat wordt niet an-ders na de invoering van de omgevingsvergunning. Hoewel beide instrumenten zich op verschillen-de toepassingsniveaus afspelen, zijn er – hoe kan het ook anders – toch de nodige relaties tussen beide instrumenten. Deze relaties worden in dit artikel nader belicht.

Bezonning in de gebouwde omgeving

Vrijwel iedereen heeft behoefte aan toetredend zonlicht in woningen en kantoren. Zonnestraling geeft warmte en licht en voldoet aan de emotionele behoefte van de gebruikers/bewoners van een gebouw. In buitenruimten (tuinen en parken) is de bezonning ook een kwaliteitsfactor. Bij verkaveling en het situeren van gebouwvolumes is inzicht in de bezonning respectievelijk beschaduwing van het plangebied vaak essentieel, ook in relatie tot duurzame zonne-energie.