Dossier Bouwregels - categorie Bouwvergunningen / Omgevingsvergunningen

Voor 1 oktober 2010 was de bouwvergunning geregeld in de Woningwet. De Woningwet kende 3 categorieën bouwwerken; bouwvergunningsvrije bouwwerken, licht-vergunningsplichtige bouwwerken en regulier-vergunningsplichtige bouwwerken.

Sinds 1 oktober 2010 is de bouwvergunning geregeld in de Wabo. De vergunning heet tegenwoordig 'omgevingsvergunning'. De omgevingsvergunning is één geïntegreerde vergunning voor de deelaspecten: bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu.

Onder de Wabo zijn ook 3 categorieen bouwwerken; vergunningvrije bouwwerken, reguliere omgevingsvergunning om te bouwen en uitgebreide omgevingsvergunning om te bouwen. Sinds 1 oktober 2010 mag er meer vergunningvrij gebouwd worden. De regeling voor vergunningvrij bouwen is onderdeel van het Besluit omgevingsrecht (Bor).

Ga direct naar het handboek Vergunningvrij bouwen

Ga direct naar dossier Wabo

 

 

 

Bouwen of veranderen van bijbehorende bouwwerken

Sinds de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op 1 oktober 2010 zijn er nieuwe regels met betrekking tot het vergunningvrij bouwen. Deze regels zijn te vinden in bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Eén van de belangrijke wijzigingen is de introductie van de nieuwe categorie ‘bijbehorende bouwwerken’. Onder deze nieuwe categorie vallen alle aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen, et cetera. De afgelopen maanden zijn er verschillende vragen gesteld over deze nieuwe categorie.

Bouwvergunning in één dag

Tijdens het Gala van de Nederlandse Bouw op 9 februari in het Beatrix Theater in Utrecht werd de Bouwpluim in de categorie B&U uitgereikt aan het project ‘Ketenintegratie in de bouw’ van Dura Vermeer Bouw Rotterdam en woningcorporatie Com·wonen. De tweejaarlijkse prijs stimuleert en waardeert een betere teamvorming en samenwerking tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers bij grootschalige bouwprojecten. Inmiddels is ook de Rotterdamse afdeling Vergunningen van de dienst dS+V op verzoek van beide ketenpartners in de pilot ketenintegratie gestapt voor de nieuwbouw van het Mooie Plan fase 2.

Zorgvuldigheid en intrekking bouwvergunningen

Op 16 september 2009 deed de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak in een geschil tussen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland en een vergunninghouder. Burgemeester en wethouders hadden de op 19 december 2001 verleende bouwvergunning voor het geheel vernieuwen en vergroten van een bedrijfsruimte en de op 4 april 2002 verleende bouwvergunning voor het uitbreiden van die bedrijfsruimte ingetrokken. Zij gingen daartoe over omdat de werkzaamheden langer dan de in de bouwverordening bepaalde termijn hadden stilgelegen. In de bouwverordening is bepaald dat een bouwvergunning geheel of gedeeltelijk kan worden ingetrokken indien tussen het begin en het einde van de bouwwerkzaamheden de werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van 26 weken stilliggen.

Gebrek aan erkenning?

IN DE BOUWPRAKTIJK BLIJKEN DE DOOR DE MINISTER VAN VROM ERKENDE KWALITEITSVERKLARINGEN ONVOLDOENDE TE WORDEN GEBRUIKT. ZIJ ZIJN EXPLICIET INGEVOERD OM DE BEWIJSLAST DAT AAN DE BOUWREGELGEVING WORDT VOLDAAN TE VERLICHTEN. HIERDOOR KUNNEN PROCEDURES WORDEN BEKORT EN TIJD EN DUS GELD WORDEN BESPAARD. IK BEGRIJP NIET DAT HET BOUWBEDRIJFSLEVEN DAT GELD LAAT LIGGEN. ERKENDE KWALITEITSVERKLARINGEN KUNNEN NAAST DE GECERTIFICEERDE BOUWPLANTOETSING HET VOORTRAJECT VAN DE PLANONTWIKKELING VERSNELLEN. IN DE HUIDIGE FINANCIËLE EN ECONOMISCHE CRISIS IS DIT DUS HEEL INTERESSANT.

Paarse krokodillen eerst

Grote dingen werpen hun schaduw vooruit. Grote voorzienbare gebeurtenissen ook. Met de Wabo en de omgevingsvergunning binnen onze directe horizon is het belangrijk om snel te beginnen met de voorbereidingen voor de invoering. Veel gemeenten doen dat al. Op het ‘Kennisplein Omgevingsvergunning’ wordt 2009 gepromoot als hét jaar om aan de slag te gaan. Ik steun die aanbeveling en pleit ervoor om daarnaast ook de gemeentelijke procedurele regeldruk en pseudo-wetgeving op te schonen.

Laat Fundamentele Verkenning geen fundamentele vergissing worden

Na een periode van onderzoek en beraad presenteerde de Commissie Fundamentele Verkenning Bouw op 14 mei 2008 haar bevindingen van een onderzoek naar de regeldruk en de controle van regels in de bouw. In dit artikel wordt deze rapportage kritisch beschouwd.

‘Verwarmde zone’ en ‘verwarmde ruimte’

Aan de helpdesk bouwregelgeving worden vragen gesteld over het wel of niet moeten isoleren van een zolderruimte van een woning. En moet de zolder in de EPC-berekening worden meegenomen?

Constructieve veiligheid en gelijkwaardigheid

Op het gebied van constructieve veiligheid zal in de praktijk menigmaal en doorgaans onbewust toepassing zijn gegeven aan de gelijkwaardigheidsclausule van het Bouwbesluit 2003. Bij constructieve veiligheid moet onderscheid worden gemaakt tussen: Algemene sterkte van de bouwconstructie (Afdeling 2.1 van het Bouwbesluit 2003); en Sterkte bij brand (afdeling 2.2 van het Bouwbesluit 2003). In dit artikel wordt dat nader toegelicht.

Lichte platte daken: risico wateraccumulatie onder controle?

Lichte platte daken hebben een verhoogd risico op wateraccumulatie. Een adequate beoordeling van deze lichte platte daken op het aspect wateraccumulatie is daarom zeer belangrijk. In de periode 2002 tot 2005 is duidelijk geworden dat in veel gevallen die beoordeling niet goed werd uitgevoerd. Er is daarom veel over dit onderwerp gepubliceerd. De normen zijn verduidelijkt en aangepast met als doel de rekenmethode toegankelijker te maken, zodat deze beter kan worden toegepast. Dit geldt voor nieuwbouw, maar ook voor bestaande projecten waarbij controles moesten worden uitgevoerd. De vraag is nu of het risico van wateraccumulatie onder controle is.

Vertrouwen

Het is opvallend zo vaak als ik de laatste tijd het woord ‘vertrouwen’ lees of hoor in relatie tot ons vakgebied. In het rapport van de Commissie Fundamentele Verkenning Bouw wordt de sturingsfilosofie, die onder de slogan ‘Privaat wat kan, publiek wat moet’ wordt gehanteerd, gebaseerd op de centrale begrippen vertrouwen en verantwoordelijkheid van de private en de publieke sector. Helaas bevat het rapport op dit punt alleen een paar stellingen, die de sturingsfilosofie nader uitwerken, maar deze niet onderbouwen: ‘De overheid moet vertrouwen hebben in de kwaliteit die de bouwpraktijk kan en wil leveren. Daar staat tegenover, dat de bouwpraktijk dat vertrouwen moet waarmaken en dus daadwerkelijk de verantwoordelijkheid hiervoor neemt.’ Vertrouwen op bestelling?