Dossier Erfgoed en monumenten - categorie Werkwijzen

Het omgaan met monumenten kent een lange geschiedenis. Van de goedwillende en fantasievolle ingrepen in de negentiende eeuw (Violet-le-Duc, Pierre Cuypers) tot aan de uiterst omzichtige aanpak zoals die internationaal is vastgelegd in het Charter van Venetië.

Het Charter van Venetië geeft een heldere aanwijzing hoe met monumenten moet worden omgegaan. ‘Conserveren is beter dan repareren, repareren is beter dan restaureren en restaureren is beter dan reconstrueren.’ Bij de huidige behoefte aan hergebruik van monumenten zal echter creatief met behoud en nieuwe toevoegingen moeten worden omgegaan. Historisch belangwekkende onderdelen moeten zo goed mogelijk bewaard worden. Hiervoor is meestentijds een goed bouwhistorisch onderzoek noodzakelijk. Nieuwe toevoegingen mogen de bestaande monumentale waarden niet overschreeuwen.

In deze categorie vind u artikelen over verschillende (technische) methoden voor het instandhouden van monumenten.

Ga direct naar het Charter van Venetië

 

Papierbehang: historie, conservering en restauratie

Onderzoek naar en behoud van papierbehang in monumenten en oude woonhuizen maken steeds meer deel uit van het bouwhistorisch onderzoek.

Beschermde muurplanten: ecologie en technische maatregelen bij beheer en behoud

Nederland is bij uitstek een land van muren. Onze vestingsteden, havens, grachten, kanalen en sluizen bestaan voor een belangrijk deel uit vele kilometers muren. Ze bestaan voornamelijk uit baksteenconstructies en in mindere mate uit allerlei soorten natuursteen. Het is een belangrijk deel van een wat onderbelicht erfgoed.

Franse witte kalksteen

Tot halverwege de negentiende eeuw was men voor transport van bouwmaterialen vooral op beken en rivieren aangewezen. Dat veranderde drastisch na de aanleg van kanalen en spoorwegen. Daardoor werd het mogelijk om uit voorheen in Nederland onbekende groeven natuursteen te importeren.

Optrekkend vocht: evaluatie van bestrijdingsmiddelen

‘Salpeter’, zo noemde de bouwvakker de zoutschade die hij onderaan gevels aantrof. Bij stalgebouwen zat hij er veelal niet ver naast. Ook het besef dat kwalijke dampen uit de bodem in het muurwerk kunnen opstijgen, was hem wel bekend – als ervaringsfeit, omdat arbeidershuisjes op het veen er nu eenmaal meer last van hadden dan herenhuizen op goede grond.

Welke kleur mag een monument hebben?

Halverwege de vorige eeuw hanteerde men een vrij vast kleurenpalet voor monumenten. Zo mochten de deuren van de panden op de Amsterdamse grachten alleen in het z.g. “grachtengroen” worden geschilderd. Merkwaardigerwijze was het pigment van die kleur pas sedert 1850 op de markt. Tegenwoordig hanteert men meer een keus aan traditionele pigmenten zoals bijv. de Dordtse kleurenwaaier. Belangrijker is het dat er een ‘ademende’ verflaag wordt toegepast. Dekkende verven kunnen verstikkend zijn voor het houtwerk. Vaststaande kleuren zijn vooral van belang voor binnenwerk, waar men door onderzoek kan nagaan wat de oorspronkelijke kleur is geweest en buitenwerks alleen in bijzondere gevallen, zoals bij buitenplaatsen en bijbehorende boerderijen of als de architect zelf heel bewust een bepaalde combinatie heeft gekozen (bijv. Rietveldhuis in Utrecht).

Verloedering van monumenten

De pionier van de Nederlandse Monumentenzorg Victor de Stuers schreef reeds in 1873: ‘Aan opzettelijke sloping is voortdurende verwaarlozing nauw verwant. Wat ginds de moker verricht, doet hier langzaam maar zeker de tand des tijds.’ De Monumentenwet kent geen onderhoudsplicht. Wel kan op grond van vijf artikelen een grond worden gezocht om op te treden tegen het laten vervallen van monumenten. Dit zijn de artikelen 11 en 21 van de Monumentenwet dan wel de artikelen 2.1, 2.2 en 2.33 van de Wabo.

Functieverandering van een monument

Een niet-functionerend monument zal licht in verval geraken. Het stellen van eisen ten behoeve van de doelmatigheid, die deels ten koste gaan van monumentale waarden, kan niettemin tot behoud van het monument strekken (bijvoorbeeld brandveiligheidseisen in een monumentaal hotel). Alleen als een monument op geen enkele wijze kan blijven functioneren, valt te overwegen het van de lijst af te voeren. Vooral in tijden van recessie is het beter een gebouw te hergebruiken dan de slopen. Dat is kapitaalvernietiging. Men baseert zich hierbij op artikel 2 van de Monumentenwet, dat aangeeft dat bij restauratie rekening moet worden gehouden met het gebruik ervan.

Monumenten en het Bouwbesluit

Op grond van artikel 1.12 van het Bouwbesluit mag ontheffing worden verleend van de eisen in het Bouwbesluit indien dat zo wordt aangegeven in de bij de vergunning gevoegde voorwaarden. De ontheffing moet wel specifiek en op welke artikelen die betrekking heeft, in de omgevingsvergunning worden vermeld.

Monumentale ruïnes

Ruïnes vormen een boeiend vraagstuk. Afgezien van een aantal kastelen kennen we in Nederland weinig monumentale ruïnes.

Het zonder schade herstellen van monumenten

Ingrepen die tot onherstelbare schade aan een monument leiden, zijn op grond van artikel 11 van de Monumentenwet 1988 en de artikelen 2,1 en 2.2 van de Wabo niet toegestaan in de omgevingsvergunning. Wat precies schadelijk is kan men het beste navragen bij een bureau Monumentenzorg dat ter plaatse de dienst uitmaakt. In de redengevende omschrijving van een monument wordt aangegeven welke onderdelen van een bouwwerk onder monumentenbescherming vallen.