Overslaan en naar de inhoud gaan
Nieuws

Onderhoud kleine blusmiddelen: 7 tips

Kleine blusmiddelen moeten altijd grijp- en gebruiksklaar zijn. Wat kan je hier zelf aan doen en wat moet je uitbesteden aan een onderhoudsbedrijf? Gerrit Hagen, directeur van BVO, geeft tips. 

Gerrit Hagen werkt zijn hele loopbaan al in de veiligheidsbranche die specifiek is toegespitst op brandveiligheid. Nu is hij directeur van BVO en traint al jaren professionals om de veiligheid van gebouwen en mensen te waarborgen. Als geen ander kan hij tips geven voor het onderhoud van kleine blusmiddelen.

1. Wie is de verantwoordelijke?

“De gebouwbeheerder, de directie van het bedrijf of diegene die brandveiligheid onder zijn hoede heeft, is verantwoordelijk voor het onderhoud van kleine blusmiddelen. Hij of zij moet voortdurend letten of de middelen gebruiksklaar zijn.”

2. Wanneer moet de onderhoudsleverancier komen?

“Als je het blustoestel hebt gebruikt, de gebruiksaanwijzing niet meer leesbaar is, de borgpenningen weg zijn of als het toestel gebutst en beschadigd is. De onderhoudsleverancier controleert, vult, repareert of vervangt het toestel.”

3. Welke regels zijn er voor onderhoud kleine blusmiddelen?

“In het Bouwbesluit (artikel 6.31 lid 4 Bouwbesluit) staan de onderhoudsregels waaraan de kleine blusmiddelen moeten voldoen. Daarnaast zijn er de richtlijnen: norm NEN 2559 (draagbare blustoestellen), NEN 2659 (verrijdbare blustoestellen), NEN 671-3 (brandslanghaspels) en NEN 1594 (droge blusleidingen).

4. Hoe bepaal je de juiste hoeveelheid onderhoud?

“De opdrachtgever moet met de onderhoudsleverancier overleggen hoeveel onderhoud nodig is, naast het wettelijk bepaalde onderhoud (meestal een keer in de twee jaar). Want welk en hoeveel onderhoud kleine blusmiddelen nodig hebben, is vooral afhankelijk in welke omgeving het apparaat hangt. Ook kan de verzekering extra eisen stellen.”

5. Hoe voorkom je slijtage?

“Je kunt slijtage, corrosie en stof ook voorkomen door er een plastic zak omheen te hangen. Of je kunt de blusser verplaatsen wanneer deze op een plek hangt waar mensen er vaak met karren tegen rijden.”

6. Welke onderhoudsleverancier moet je kiezen?

“Een gecertificeerde leverancier. Het CCV stelt de die certificaten vast en is te herkennen aan de zogenoemde REOB-leveranciers. Het certificaat geeft blijk van kwaliteit. Dat is handig, maar geen wettelijk vereiste.”

7. Wat kun je zelf doen aan onderhoud?

“Weinig. Eigenlijk hoeft de opdrachtgever alleen te kijken of de blusser op de juiste plek hangt conform nom NEN 4001, herkenbaar is, het etiket goed leesbaar is, de borgingen aanwezig zijn en het blusmiddel niet stuk is.”

Links

Download whitepaper via Brandveilig.com

Bron: 
Brandveilig.com
Categorieën: 
Dossiers: 
Procesfase: 
Gebruik
Doelgroep: 
Opdrachtgever, Adviseur, Beleidsmedewerker, Gebouwbeheerder, Aannemer