Intrekking reactieve aanwijzing niet appellabel
- 18-10-2011
- Nieuws
- Planologie
- Procedures
Bij besluit van 26 januari 2010 hebben GS van Noord-Brabant hun besluit van 25 augustus 2009, waarbij aan de raad van de gemeente Baarle-Nassau een aantal aanwijzingen is gegeven als bedoeld in artikel 3.8, lid 6 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: de Wro) met betrekking tot het door de raad bij besluit van 16 juli 2009 vastgestelde bestemmingsplan "Buitengebied 2008" (hierna: het bestemmingsplan), gedeeltelijk ingetrokken. In beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak onder meer als volgt.
In de uitspraak van 1 september 2009 (in zaak nr. 200904113/3) is geoordeeld dat uit de hiervoor weergegeven bepalingen, in onderlinge samenhang bezien, volgt dat uitsluitend beroep kan worden ingesteld tegen het geven van een reactieve aanwijzing en dat in het stelsel van de Wro geen beroep openstaat tegen de weigering een reactieve aanwijzing te geven. De Afdeling achtte daarbij van belang dat uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wro (Kamerstukken II 2004/05, 28 916, nr. 15, blz. 8) blijkt dat de wetgever beroep heeft opengesteld tegen het geven van een reactieve aanwijzing omdat het hier, nu er geen nieuw plan behoeft te komen, gaat om een eindbeslissing en er in dit geval geen mogelijkheid is om tegen de aanwijzing op te komen in het kader van de totstandkoming van het bestemmingsplan dat strekt ter uitvoering van die aanwijzing. Tevens nam de Afdeling daarbij in aanmerking dat tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan, dat is bekendgemaakt zonder dat met betrekking tot dat plan een reactieve aanwijzing is gegeven, beroep bij de Afdeling kan worden ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening bij de voorzitter kan worden gedaan. Ten slotte werd in de bovengenoemde uitspraak van belang geacht dat een eventuele vernietiging van een weigering een reactieve aanwijzing te geven, zou leiden tot onoverzienbare processuele complicaties.
Het thans voorliggende beroep van de ABC Milieugroep richt zich niet tegen de weigering een reactieve aanwijzing te geven, maar is gericht tegen het besluit tot intrekking van een aantal reactieve aanwijzingen.
De Afdeling is van oordeel dat tegen een dergelijk besluit in het stelsel van de Wro evenmin beroep openstaat. Zij verwijst voor de motivering van dit oordeel naar hetgeen is overwogen in de bovengenoemde uitspraak.
Er bestaat geen aanleiding om wat betreft het besluit tot de intrekking van
een reactieve aanwijzing tot een ander oordeel te komen. Na de intrekking van
een reactieve aanwijzing dient het college van burgemeester en wethouders het
besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan, voor zover dat betrekking
heeft op het plandeel waarop de aanwijzing betrekking had, immers alsnog met
inachtneming van de daarvoor geldende voorschriften bekend te maken, waarna
daartegen, gedurende de in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht
genoemde termijn voor het indienen van een beroepschrift, voor belanghebbenden
beroep bij de Afdeling openstaat. De Afdeling merkt hierbij nog op dat, gelet op
het bepaalde in de laatste volzin van artikel 3.8, lid 6 van de Wro, de
intrekking van een reactieve aanwijzing alleen mogelijk is zolang deze nog niet
onherroepelijk is geworden. De Afdeling is onbevoegd om van het beroep kennis te
nemen.
Bron: ABRvS 5 oktober 2011, zaaknr. 201002943/1/R3 (r.o. 2.3),
www.zoeken.rechtspraak.nl,
LJN-nr. BT6660
- Meer nieuws
- Abonneer direct op de gratis nieuwsbrief
- Meer informatie over een abonnement op Procedures Omgevingsrecht








