Let op met aanvullingen op zienswijzen in de bestemmingsplanprocedure!

  • 20-09-2011
  • Nieuws
  • Procedures
  • Ruimtelijke ordening
Er is in de jurisprudentie een lijn ontwikkeld dat zienswijzen 'op nader aan te voeren gronden' moeten kunnen worden aangevuld. Een indiener ervan moet onverwijld in de gelegenheid worden gesteld om de zienswijze aan te vullen. Een termijn van twee weken werd daarbij redelijk geacht.
Uit de recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 24 augustus jl. (ABRvS 24 augustus 2011, zaaknr. 201004175/1/R1) volgt dat een aanvullende zienswijze met een aanvullende motivering op de binnen de termijn ingediende zienswijze die een maand na afloop van de zienswijzetermijn werd ingediend, ten onrechte buiten beschouwing was gelaten. De Afdeling bestuursrechtspraak geeft aan: "Er is geen rechtsregel die zich ertegen verzet dat een zienswijze na afloop van de termijn nader wordt gemotiveerd. Een uitzondering hierop kan worden gemaakt voor de situatie dat het bestuursorgaan de aanvulling, gelet op de datum van indiening, in redelijkheid niet meer behoeft mee te nemen in de besluitvorming." In casus was van die uitzondering geen sprake omdat twee weken na het indienen van de aanvulling nog op de oorspronkelijke zienswijze (die kwijt geraakt was!) was gereageerd. Het vaststellingsbesluit was hiermee in strijd met artikel 3:2 Awb en moest worden vernietigd. Wel werden in dit geval de rechtsgevolgen in stand gelaten.