Interview Harm Borgers, auteur Handboek Wabo

De Wabo komt eraan. Menige organisatie vraagt zich af hoe ze zich hierop kan en moet voorbereiden. Het Handboek Wabo biedt een heldere leidraad. Harm Borgers, adviseur bij AT Osborne en een van de auteurs van het handboek, doet vast een boekje open: ‘De Wabo biedt een geweldige kans om tot een slimmere en eenvoudigere manier van vergunningenmanagement te komen, zowel voor overheid als aanvrager.’

Wie is Harm Borgers?Harm Borgers

‘Van huis uit ben ik jurist, afgestudeerd aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Aan het einde van mijn studie heb ik mij toegelegd op Milieurecht. Daarmee kwam ik eerst terecht bij de Provincie Gelderland en vervolgens bij de DCMR Milieudienst Rijnmond. Ik heb toen praktische ervaring opgedaan met zowel vergunningverlening als handhaving. Ik heb daarna ook nog een tijdje in de advocatuur gewerkt, maar de grote, complexe projecten met een juridische component aan overheidskant bleven trekken. Vooral het snijvlak van besluitvorming en realisatie van projecten vind ik interessant.’

En dat komt mooi samen in de Wabo?

‘Precies! Begin 2006 ging ik bij VROM het Wabo-team versterken. Een hele boeiende tijd; de contouren van de Wabo lagen er al, maar ze moesten nog invulling krijgen en ook politiek-bestuurlijk draagvlak verdienen. Het één-loketsysteem, waarbij je alle benodigde vergunningen en ontheffingen in één keer kunt aanvragen, is natuurlijk een prachtig idee. Dat is sneller, helderder en efficiënter. En het wonderlijke is dat de omgevingsvergunning zowel werkt voor grote, bovenlokale projecten als ook voor kleine, particuliere (ver)bouwingen. Alles onder één wettelijk dak. Maar je kunt als overheid niet weglopen voor uitvoeringsvraagstukken. VROM helpt overheden bij die uitvoering, maar het is juridisch gezien een complex geheel: het recht, de regelgeving is niet veranderd, maar overheden moeten nu wel een hele bulk aan complexe zaken ineens regelen.’

Oude wijn in nieuwe zakken, dan?

‘Nee, absoluut niet! De Wabo is meer dan een technische wijziging van het recht. De wet zal gaan leiden tot ander gedrag. Zowel bij de overheid als bij aanvragers. Kijk, ik vergelijk het soms met een mierenhoop. Dat zijn nijvere beestjes hoor. Op microniveau doet iedere mier zijn ding, volgens bekende routes en vaak ook met veel vlijt en succes. Alle mieren bij elkaar leveren op macroniveau een werkend systeem op. Maar als je goed kijkt, zou dat hele systeem best handiger kunnen. Door hier en daar een takje op de route te verleggen, lopen de mieren ineens een stuk efficiënter. Zo is het ook met de processen rond omgevingsvergunningen; door de geschiedenis heen zijn wetten ontstaan en ambtenaren voeren die volgens de hen bekende route uit. Door nu de processen anders in te richten op een manier die bij de Wabo past, zullen diezelfde specialisten nog steeds hun eigen domein beheren, maar verloopt het proces in zijn geheel op een efficiëntere manier.’

Dat vraagt om een kritische blik op organisatiestructuren bij overheden

‘De meeste betrokken ambtenaren zullen hetzelfde werk blijven doen, maar je hebt wel een regisseur nodig die de werkprocessen op elkaar afstemt. Overheden die zich goed voorbereiden, nemen planners en adviseurs in dienst om de boel te organiseren. Doen ze dat niet, dan zullen ze allerlei lapmiddelen - extra mierenlooppaadjes - moeten gaan inrichten om aan de Wabo-eisen te kunnen voldoen. Bijzonder inefficiënt. Het grappige is, dat organisaties die al Wabo-proof zijn, zeggen dat ze die Wabo eigenlijk helemaal niet nodig hebben: door kritisch naar bestaande routines te kijken, kom je vanzelf op de meest efficiënte inrichting van je werkprocessen uit.’

En hoe kunnen aanvragers zich voorbereiden op de Wabo?

‘De Wabo biedt een enorme flexibiliteit. Je kunt alle activiteiten van een project integraal aanvragen, maar soms is het misschien handiger om dit gefaseerd te doen. Als bijvoorbeeld een kapvergunning voor een uitbouw op mogelijk verzet van natuurbeschermers kan stuiten, omdat er een lijster zijn domicilie in de boom heeft gezocht, kun je wellicht beter eerst die vergunning regelen alvorens kosten te maken voor de rest van de vergunningplichtige activiteiten. Dat scheelt geld en tijd. Dit spel, die creativiteit, moeten aanvragers gaan afstemmen op de juridische mogelijkheden van de Wabo.’

Het Handboek Wabo biedt hiervoor een leidraad?

‘Zeker. De materie en de flexibiliteit in de wet lijkt op het eerste gezicht complex, waardoor mensen niet alle mogelijke situaties doorgronden. In het Handboek helpen we door de systematiek achter de Wabo uit te leggen, zodat iedereen ermee aan de slag kan. Als je de regels van het spel kent, kun je zelf met de knikkers aan de gang! Verder zal in de komende tijd de eerste jurisprudentie de grenzen gaan wijzen. Dan kunnen we aan de hand van deze cases de Wabo verder duiden.’

Tot slot de hamvraag: gaan we 1 juli halen voor de invoering van de Wabo?

'Ik neem aan van wel ja. Zeker weten doe ik het niet. De verschuiving van de invoeringsdatum is al sinds 2008 aan de gang, dus er zijn pas garanties als de datum officieel bekend is gemaakt. Er is natuurlijk ook alle reden voor om deze wet zorgvuldig in te voeren. Lang niet alle overheden waren in 2008 en 2009 al klaar voor de nieuwe werkwijze van de Wabo en het digitale aanvraagformulier kostte bij VROM blijkbaar meer moeite dan gedacht. Maar volgens mij is de tijd nu toch echt wel rijp om met de Wabo aan de slag te gaan.’

 

Meer informatie Handboek Wabo

Terug naar Interviews 

 

door Maja Nijessen