Interview Hajé van Egmond, auteur Handboek Bor / Mor
Hoe komt een civiel ingenieur in zo’n juridisch onderwerp als Bor / Mor terecht?
‘Na mijn studie Civiele Techniek aan de TU Delft heb ik eerst in het beheer en onderhoud gewerkt. Bij toeval ben ik via een opdracht van VROM met de regelgeving in aanraking gekomen. De grap is: iedereen denkt dat regelgeving hartstikke saai en moeilijk is. Maar als je door krijgt wat er allemaal mogelijk is, wordt het ineens best wel interessant!’
Maar ingewikkeld blijft het, anders was er geen Handboek Bor / Mor nodig?
‘Er verandert met de komst van de Wabo veel, zowel in de procedures als in de inhoud van vergunningen. Dan is het prettig om een goed overzicht en naslagwerk te hebben. Want geloof me; echt iedereen die betrokken is bij bouwregelgeving, van ambtenaar tot projectontwikkelaar, zal zich in de Wabo en Bor / Mor moeten verdiepen, want voor iedereen wordt er wel iets net even anders dan dat hij nu gewend is.’
Iedereen terug naar de schoolbanken?
‘Eigenlijk wel, ja. Ik vind dat overigens nog niet zo slecht, want ik merk nu in mijn praktijk dat zelfs de huidige regelgeving en vergunningenpraktijk niet bij iedereen even goed geland is. Een algehele bijscholing in de sector kan geen kwaad.’
Is die Wabo dan wel zo’n goed idee, als alles zo rigoureus op de schop moet?
‘Ik vind van wel. Ten eerste valt het best mee met rigoureus op de schop gaan. Daarbij is gebleken dat bijvoorbeeld de afstemming tussen bouw en ruimtelijke ordening in het verleden nooit echt geslaagd is. Ook golden er verschillende procedures voor verschillende vergunningen en ontheffingen. Dat valt niet te verkopen aan burgers. De Wabo en zeker het omgevingsloket zijn daarom een prachtig instrument; je legt bij één loket je plan neer en komt er aan het einde van de rit een oordeel uit. Dat betekent wel dat de verschillende afdelingen bij overheden moeten gaan samenwerken om de procedures efficiënt te laten verlopen. En aanvragers kunnen er pas echt winst mee maken als ze weten hoe en in welke volgorde ze hun verzoeken moeten indienen. Daarom is bij grote projecten een goed vergunningenplan een aanrader.’
Tenslotte: krijgen we met het nieuwe vergunningvrij bouwen geen wildgroei aan bouwsels?
‘Veel gemeenten zijn hier kennelijk bang voor. In lijn met de wens van de Tweede Kamer speelt het bestemmingsplan hierbij een prominente rol. De uitbreiding van het vergunningvrij bouwen betreft met name die gevallen waarin je ook nu al een vergunning voor het bouwen zou krijgen. Er doen wat dat betreft veel indianenverhalen de ronde met voorbeelden die theoretisch wel kloppen maar in de praktijk naar mijn mening wel mee zullen vallen. Je ziet overigens nu al dat gemeenten hun bestemmingsplannen kritisch onder de loep nemen. De eerste voorbereidingsbesluiten zijn al aangekondigd, met name voor industrieterreinen, waar de bestemmingsplannen soms minimaal zijn ingevuld.’
Meer informatie Handboek Bor/Mor
door Maja Nijessen
Eén
keer per maand het meest opvallende nieuws van Omgeving in de Praktijk
in uw mailbox!