Detailhandelsbeperkingen gewoon mogelijk

In de wereld van de ruimtelijke plannen was enige paniek ontstaan. Het stellen van detailhandelsbeperkingen in bestemmingsplannen leek niet langer mogelijk vanwege de Europese Dienstenrichtlijn. Zouden bestaande bestemmingsplannen nog wel verbindend zijn? Of zou het gemeentelijk detailhandelsbeleid op de schop moeten? De paniek blijkt nadat de Afdeling bestuursrechtspraak zich hier recentelijk over heeft uitgesproken inmiddels ongegrond, maar het stellen van beperkingen is er niet makkelijker op geworden.

Door Martijn van Geilswijk en Olivia den Hollander van Lawton Advocaten

Dienstenrichtlijn

Detailhandel wordt gezien als ‘dienst’ en valt dus onder de Dienstenrichtlijn. Deze richtlijn is van toepassing wanneer specifieke eisen worden gesteld aan de verrichters van diensten. Deze eisen zijn in principe niet toegestaan, tenzij daarvoor zeer zwaarwegende belangen gelden.

In veel bestemmingsplannen zijn voorschriften opgenomen die eisen stellen aan detailhandel. In veel gevallen worden deze winkels geweerd uit de binnenstad. Om allerlei motieven. Vaak heeft het iets te maken met bereikbaarheid. Bij grootschalige detailhandel is vaker sprake van grote aantallen vervoersbewegingen met vrachtwagens. Ook de beperkte beschikbaarheid van verkoopvloeroppervlak in de binnenstad speelt vaak een rol bij het weren van volumineuze detailhandel uit het centrum. Daarnaast kan worden gedacht aan branchebeperkingen, zoals dat bij meubelboulevards bijvoorbeeld het geval kan zijn. De gemeente wijst dan een gebied aan waar alleen woongerelateerde detailhandel mag plaatsvinden.

Oordeel Afdeling bestuursrechtspraak

Onduidelijk was of bestemmingsplanvoorschriften die beperkingen opwierpen voor de vestiging van detailhandel onder de Dienstenrichtlijn nog wel toelaatbaar waren. Deze beperkingen richten zich immers tot de detaillist die gebruiker is van een pand dat onder de beperkingen valt. Je zou kunnen zeggen dat de beperkingen dus tot de verrichter van diensten is gericht. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft echter een andere lijn gekozen. In een tweetal uitspraken werd geoordeeld dat dergelijke voorschriften de dienstenactivteit niet specifiek regelen. De Afdeling bestuursrechtspraak meent dat dit soort beperkingen net zo goed gelden voor natuurlijke personen die als particulier handelen. Er worden dus geen specifieke eisen gesteld aan de verrichters van diensten, waardoor de Dienstenrichtlijn niet van toepassing is.

Grenzen aan beperkingen detailhandel

Betekent dat nu dat alle ophef voor niets is geweest? Nee, er zijn wel degelijk grenzen aan de mogelijkheid om detailhandelsbeperkingen te stellen. Het is de gemeenteraad namelijk niet toegestaan om beperkingen op te leggen vanwege louter economische motieven. Detailhandel mag dus niet worden geweerd van een perifere locatie wanneer het doel daarvan is om de middenstand in het centrum te beschermen, zoals in het verleden regelmatig het geval was. In dat geval ontstaat in ieder geval strijd met de Wet ruimtelijke ordening. De Wro is immers niet bedoeld om concurrentie te reguleren.

Planologische noodzaak

Het is dus niet toegestaan om branchebeperkingen aan te brengen vanuit economische motieven, zoals in het verleden wel gebeurde. Er moet een planologische noodzaak zijn. Te denken valt aan de leefbaarheid van de binnenstad en milieukwaliteitseisen op het gebied van geluid, stof en luchtkwaliteit. Het is van belang om deze noodzaak te onderbouwen met onderzoeken en te zorgen voor een goede vertaling naar de plantoelichting. Het stellen van branchbeperkingen vereist misschien iets meer aandacht dan voorheen, maar is nog altijd mogelijk.

Reageer op deze column

 Terug naar de homepage

'Bestemmingsplan als heilig huisje'

'Crisis... maar ook herstelwet'