Rien van Overveld

We ontmoeten Rien in zijn kantoor in Voorschoten. Het is een ruim kantoor waar de nodige documentatie aanwezig is. Rien zit achter zijn computer, bezig met het Praktijkboek Bouwbesluit 2012. “Ik heb me inmiddels al behoorlijk intensief verdiept in het nieuwe Bouwbesluit.”
Waar bestaan jouw werkzaamheden tegenwoordig uit?

“Ik werk aan verschillende praktijk- en handboeken, waaronder de Reeks Bouwbesluit Praktijk, schrijf artikelen voor Bouwregels in de praktijk, waarvan ik ook in de redactie zit. Daarnaast zit ik in de redactie van de Standaard regels in de bouw en ben ik lid van de Adviescommissie praktijktoepassing brandveiligheidsvoorschriften. Ook verzorg ik met medewerking van Hajé van Egmond  (van Geregeld) en Johan van der Graaf (van Advieburo Nieman) de Expertdienst van het dossier Bouwregels op deze website.”.

Wat maakt die expertdienst eigenlijk anders dan de helpdesk van het Ministerie?
“Vrijwel geen vraag over het Bouwbesluit is ons te moeilijk. Als het moet, besteed ik een werkdag aan het formuleren van het antwoord! Expertdienst-antwoorden zijn dus veel grondiger en vollediger. Ik wil al de abonnees aanraden er gebruik van te maken! Ze moeten dan wel geabonneerd zijn op de online van Bouwregels in de praktijk.”

Kun je wat over jezelf vertellen?
"Ik heb in 1966 mijn HTS diploma bouwkunde gehaald in Rotterdam en ben vlak daarna in Maastricht bij een architectenbureau aan de slag gegaan. Een half jaar later ben ik bij Bouw- en woningtoezicht in Eindhoven gaan werken en later in Voorschoten. In die tijd ben ik aan de TU Delft civiele techniek gaan studeren en met dat diploma op zak, ben ik via Bouw- en woningtoezicht in Schiedam in 1979 bij het toenmalige Ministerie van VRO terechtgekomen.”

Wat is de historie van het Bouwbesluit?
“Tot 1992 was bouwregelgeving bij gemeentes afzonderlijk geregeld in de gemeentelijke bouwverordening. Dat liet aan overzichtelijkheid en eenduidigheid nog wat te wensen over. In het kader van een dereguleringsoperatie werd in 1982 besloten om de bouwtechnische voorschriften te vatten in één Bouwbesluit. Bij de ontwikkeling van het Bouwbesluit was ik de technisch inhoudelijke spin in het web. Na 10 jaar van veel onderzoek en vooral besprekingen met diverse marktpartijen en andere departementen werd het Bouwbesluit in 1992 ingevoerd. Zelfs toen was het nog niet helemaal af, in die zin dat de functionele eisen er wel waren, maar dat deze nog niet volledig in prestatie-eisen waren uitgewerkt. Uitgangspunt was namelijk dat het Bouwbesluit in concrete eisen zou worden verwoord zodat de markt vooraf kon weten of aan de voorschriften van het Bouwbesluit was voldaan. Dit was ook aangeven in het zogenaamde Actieprogramma deregulering (woning)bouwregelgeving, dat in 1983 aan de Tweede Kamer is gepresenteerd.

In 2003 is het Bouwbesluit feitelijk pas echt overeenkomstig dit actieprogramma gereed gekomen.  In januari 2012 zal zoals nu is te verwachten opnieuw een herziene versie in werking treden. Dit besluit is echter veel omvattender, omdat daarin ook gebruiksvoorschriften worden opgenomen en voorschriften die betrekking hebben op het bouwen zelf en op het slopen. ”

Het zal niemand ontgaan zijn dat laatstgenoemd voor nogal wat tumult heeft gezorgd; is dit bij vorige versies ook het geval geweest?
“Oh, ja. Gemeentes, verenigd in de VNG, waren aanvankelijk (onterecht, overigens) bang dat de invoering van landelijke regelgeving teveel ten koste zou gaan van hun bevoegdheden in deze. Er is feitelijk 10 jaar onderhandeld voordat het Bouwbesluit er in 1992 was. Nadat het Bouwbesluit was ingevoerd bleek al vrij snel dat de markt de voorkeur gaf aan het Bouwbesluit boven de voor die tijd geldende bouwverordeningen. De herziening in 2003 kostte dan ook aanzienlijk minder strijd.”

Een belangrijk punt van kritiek komt voort uit vermeende deregulering binnen het nieuwe Bouwbesluit. Heeft men niet een punt? Er storten nota bene hele galerijen naar beneden door bouwfouten.
“Het is een misvatting dat we nu voor het eerst streven naar zo weinig mogelijk regels. Trouwens, zo weinig mogelijk?” Rien loopt naar de kast en pakt er 2 dikke mappen uit. “Dit zijn een paar van de verwijzingen vanuit het nieuwe Bouwbesluit naar normen (de Eurocodes). Dit zijn de voorschriften die van belang zijn voor de sterkte van een galerij en die zijn feitelijk juist uitgebreider.“

“Vanaf de totstandkoming van het Bouwbesluit is een beperking van de voorschriften en vermindering van het niveau het uitgangspunt geweest. Dit was ook met zoveel woorden aangegeven in het eerder genoemde actieprogramma. Waarom? Kijk, op het moment dat je alles vastlegt wordt wetgeving onleesbaar, simpelweg omdat de hoeveelheid onmetelijk zou worden: niemand leest het dan nog. Bovendien zou dit een te grote barrière voor innovatie hebben gevormd. Daarom is indertijd de gelijkwaardigheidsbepaling ingevoerd, waarmee een oplossing aan het Bouwbesluit voldoet als die oplossing voldoet aan de overheidsdoelstellingen die aan het Bouwbesluit ten grondslag liggen (ook al wijkt de oplossing af van een prestatie-eis). Dat stelde ons in staat om voorschriften hanteerbaar te houden.”

“Op initiatief van de VNG, Vereniging Stadswerk Nederland en het Ministerie van VROM is na de invoering van Bouwbesluit 2003 de Werkgroep Gelijkwaardigheid opgericht. Bij deze werkgroep kon iedereen advies vragen  over de toepassing van een gelijkwaardige oplossing. De resultaten van deze werkgroep zijn gebundeld gepubliceerd en onder andere te downloaden via www.overheidsregelgeving.”

"Enkele jaren geleden is de Werkgroep Gelijkwaardigheid opgeheven. Voor brandveiligheid is daarvoor nu in de plaats gekomen, de Adviescommissie praktijktoepassing brandveiligheidsvoorschriften (die in de wandelgangen ook wel commissie Koudijs wordt genoemd). Voor de overige aspecten is aan de Tweede Kamer toegezegd dat daarvoor een vergelijkbare mogelijkheid zal worden gecreëerd."

En de rest van de bezwaren?
"Dat is niets nieuws. Kijk eens naar de meest recente ‘rel’ omtrent de minimumeisen over toiletvoorziening in woningen. De indruk wordt gewekt dat projecten vanaf nu met één toilet per vijf woningen zal worden uitgerust. Een situatie die nu ook al is toegestaan, maar dan alleen  voor hele kleine woningen in een woongebouw. In de huidige praktijk wordt hiervan al nauwelijks gebruik gemaakt. Als het nieuwe Bouwbesluit dit voor alle woningen toestaat, zal ook daarvan niet of nauwelijks en dan ook weer hooguit voor studentenwoningen gebruik worden gemaakt. Overigens is het leuk om te zien dat een soortgelijk iets zich voor de invoering van het Bouwbesluit in 1992 ook heeft afgespeeld. Zoals blijkt uit een spotprent die hier is weergegeven, maar die indertijd  (vermoedelijk in 1990) in Cobouw was gepubliceerd."

 

 

Is het nieuwe Bouwbesluit een verbetering?
"Ja, dit is zeker het geval. Al betreft het alleen maar het feit dat voorschriften uit het huidige Bouwbesluit, het Gebruiksbesluit en de bouwverordeningen in één besluit zijn gevat. Ook het feit dat nu de personenbenadering kan worden doorgevoerd is een groot winstpunt. Iets wat we al direct hadden willen doorvoeren, maar dat indertijd teveel weerstand in de markt veroorzaakte, waardoor we noodgedwongen hebben gekozen voor de systematiek van bezettingsgraadklassen. Daarnaast is het een goede zaak dat op diverse plaatsen te kleine en daardoor overbodige verschillen in niveau gelijk zijn getrokken. Moeilijker is te beoordelen of de markt zijn verantwoordelijkheid neemt met betrekking tot de vermindering van de voorschriften voor bruikbaarheid. Hierbij moet bedacht worden dat de enige echte test de praktijk is. Dit gold ook voor het Bouwbesluit dat in 1992 van kracht is geworden en de herziening die in 2003 in werking is getreden. Wel zal de markt er eerst nog mee moeten leren gaan werken en daarvoor ben ik nu dus samen met een aantal mensen van Adviesburo Nieman bezig opnieuw een praktijkboek te schrijven."

 Meer interviews