THEMA'S
SERVICE & ADVIES

Energietransitie op wijkniveau

Datum:24-03-2020

Het Klimaatakkoord gaat vooral over de vervanging van aardgas door iets anders en CO2- besparing in de gebouwde omgeving. Uiterlijk in 2050 moeten zeven miljoen woningen en één miljoen gebouwen van het aardgas af zijn. Als eerste stap moeten in 2030 de eerste 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd zijn. Een enorme opgave waarvoor in het Klimaatakkoord bedacht is dat wijk voor wijk te organiseren. Het Wijkkompas en Reimarkt zijn praktijkvoorbeelden die gezien de eerste resultaten écht werken.

Grootschalige energietransitie in de woningbouw is alleen mogelijk met een praktijkgerichte aanpak. Vanuit die gedachte startte in 2009 Platform31 het innovatie- en experimentenprogramma ‘Energiesprong’. Op basis van dit programma is op initiatief van vier bouwers en zes corporaties de ‘Deal Stroomversnelling’ gestart met als doel 10.000 sociale huurwoningen te renoveren naar nul-op-de-meter. Na de eerste successen en een breder gevormde visie werd hieruit voortvloeiend in 2015 de vereniging Brede Stroomversnelling in haar huidige vorm opgericht, met inmiddels zo’n zestig leden. “In 2019 werd de mijlpaal van 10.000 woningen bereikt. Ruim twee jaar later dan de initiatiefnemers als ambitie hadden. Dat kwam mede doordat pas vanaf mei 2016 – ook twee jaar later dan gedacht – de mogelijkheid voor verhuurders en huurders ontstond om een energieprestatievergoeding (EPV) af te spreken. Sinds die tijd zien we de aantallen elk jaar toenemen”, zegt Klaas Vegter, manager Wijken met nieuwe energie bij Stroomversnelling.

Wijkniveau

Bij de verduurzaming van de gebouwde omgeving hanteert de Rijksoverheid het wijkniveau als uitgangspunt. Met dat uitgangspunt hebben ze aan gemeenten gevraagd om per wijk een uitvoeringsplan te maken dat beschrijft hoe de wijken van het aardgas af gaan. “Het programma ‘Wijken met nieuwe energie’ ondersteunt koplopers en werkt gezamenlijk aan een schaalbare methode voor een succesvolle wijkaanpak bij naoorlogse wijken”, legt Vegter uit.

Een centraal onderdeel van dit programma is de ontwikkeltafel die werkt aan een oplossing voor kennisdeling en voor het nemen van besluiten. Bij iedere wijk zijn meerdere stakeholders betrokken. Denk aan woningeigenaren, huurders, woningcorporaties, de gemeente, energiebedrijven, de netbeheerder, winkeleigenaren en gebouwbeheerders. Ze moeten onder regie van de gemeente knopen doorhakken en beslissingen nemen die leiden tot het uiteindelijke plan voor de transitie. Dit kan een onoverzichtelijk proces zijn.

Samen met een aantal leden en partners werkt Stroomversnelling aan het ‘Wijkkompas’. Vegter: “In juni dit jaar moet de tool gereed zijn. In het Wijkkompas bundelen we alle cruciale aandachtspunten, de zogenoemde knooppunten. Dat zijn alle aandachtspunten die je tegen kunt komen bij het verduurzamen van een wijk en waar je tijdig rekening mee moet houden. Dit geeft de stakeholders inzicht in wat er speelt en zorgt ervoor dat alle betrokkenen zich bewuster zijn van de gevolgen van hun keuzes en de afhankelijkheden van andere partijen.”

Alle stappen leiden uiteindelijk tot de realisatiefase en daarna ook de nazorg. Handig is dat het Wijkkompas de in de markt beschikbare tools en hulpmiddelen aangeeft, alsmede talrijke praktijkvoorbeelden. Het Wijkkompas is ontwikkeld met een 15-tal partijen die betrokken zijn bij wijkaanpakken. Huidige partners zijn: gemeenten Tilburg, Apeldoorn, Zoetermeer en Nijmegen, woningcorporaties Lefier en Stadlander, Bank Nederlandse Gemeenten, Hegeman Bouwgroep, Reimarkt, Vereniging Bouw- en Woningtoezicht, Open Universiteit, TKI Urban Energy, Squarewise en APPM. Er zijn ook continue gesprekken met het ministerie van BZK en de VNG.

Regierol

Wie werkt er met het Wijkkompas? Het is een hulpmiddel voor het projectteam van een gebiedsgerichte verduurzaming. Gemeenten hebben van het Rijk de regierol bij de wijkgerichte aanpak gekregen, dus de projectleider is meestal iemand die deze rol namens de gemeente vervult. Maar in het projectteam zitten vaak ook mensen van de woningcorporatie, de netbeheerder of een vertegenwoordiger van een groep enthousiaste bewoners. Het Wijkkompas ondersteunt de betrokkenen bij een project met kennis over gebiedsgerichte verduurzaming. Bovendien kunnen ze het Wijkkompas gebruiken om te leren van anderen of om hun eigen ervaringen te delen. “Gemeenten hebben momenteel nog beperkt zeggenschap over de energievoorziening, dus ze moeten het wel samen met de stakeholders in de wijk doen. Waar gemeenten nu al wel veel invloed op kunnen uitoefenen zijn de lokale condities en randvoorwaarden waaronder projecten zijn te realiseren. Denk aan bestemmingsplannen met voldoende ruimte voor afwijking in verband met isolatie. Of ruimere welstandseisen en gebiedsontheffingen voor flora en fauna”, aldus Vegter.

Gemeenten krijgen op basis van de nog in te voeren Warmtewet 2 (naar verwachting 1 januari 2022, red.) de bevoegdheid om te beslissen over de keuze voor het duurzame alternatief voor verwarming via aardgas. Een gemeente kan dan in een omgevingsplan – onder de nieuwe Omgevingswet in 2021 – bepalen wat per wijk/gebied het alternatief voor aardgas wordt en wat de planning is. In wijken waar een warmtenet komt, wordt daartoe per gebied een warmtebedrijf aangewezen. Daarnaast kunnen gemeenten straks in een omgevingsplan hogere eisen stellen aan de energieen milieuprestatie van woningen dan de bouwregelgeving vereist.”

Programma Aardgasvrije Wijken

Het Wijkkompas werkt samen met het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW). Doel van het PAW is om te leren op welke wijze de wijkgerichte aanpak kan worden ingericht en opgeschaald. Het lokale leren vindt plaats in de proeftuinen waar gemeenten samen met (lokale) partijen en bewoners aan de slag zijn met het aardgasvrij maken van een wijk, ondersteund door een rijksbijdrage. De leerervaringen van de proeftuinen, maar ook van andere wijken, worden via het Kennis- en Leerprogramma (KLP) breder ontsloten zodat de kennis voor alle gemeenten beschikbaar komt (collectief leren). De eerste 27 proeftuinen aardgasvrije wijken zijn inmiddels aan de slag. Er is zelfs al een nieuwe uitvraag gestart voor een tweede tranche van circa 25 proeftuinen.

Een probleem waar gemeenten tegenaan lopen zijn bewoners die niet op een warmtenet aangesloten willen worden, zoals in de Purmerendse wijk Overwhere-Zuid. Het is een van de 27 proeftuinwijken die als eerste van het aardgas afgaan. Van de 95 woningen zijn er zes huishoudens die op het aardgas aangesloten willen blijven, aldus EenVandaag op 23 november 2019. Voor deze zes huishoudens moest er een nieuw gasnet, wel met beperktere capaciteit, worden aangelegd. Kosten: 150.000 euro. Via de Crisis- en herstelwet bestaat er echter wel een mogelijkheid om een wijk van het gas af te dwingen. Dat moet maatschappelijke desinvesteringen, zoals in Purmerend, voorkomen. Voor zover bekend heeft echter nog geen enkele gemeente van deze mogelijkheid gebruik gemaakt.

Uitdaging blijft verder dat er nog geen prikkels vanuit de bouwregelgeving zijn om bestaande woningen energiezuiniger te maken. “In het Klimaatakkoord zijn hierover wel afspraken gemaakt. Voor bestaande woningen komt er een ‘standaard’ die aangeeft tot welk niveau huizen verduurzaamd moeten zijn om klaar te zijn voor het alternatief voor aardgas. Voor bouwdelen zoals dak, gevel en vloer komen er ‘streefwaarden’ die een toekomstbestendig niveau van isolatie aangeven. Er wordt momenteel nog voornamelijk gestuurd op kostenbesparing en stimuleringsregelingen. Het gas wordt duurder, elektriciteit goedkoper en er komen subsidies voor allerlei duurzame alternatieven en warmtepompen.”

Reimarkt

Bij verduurzaming op wijkniveau is het in de praktijk lastig om ook woningeigenaren over de streep te trekken. Iedere woningeigenaar moet afzonderlijk worden benaderd en kan ook niet worden gedwongen tot het nemen van energiemaatregelen. Reimarkt, partner van het Wijkkompas, biedt laagdrempelig advies op maat voor woningeigenaren. Inmiddels zijn al ruim 4.000 bewoners geholpen. “Veel bewoners willen wel, maar zien op tegen alle stappen die ze dan moeten nemen”, zegt Josien Kruizinga, algemeen directeur Reimarkt. “Ze moeten in beeld krijgen welke energiemaatregelen zinvol zijn, wat ze daar voor nodig hebben, wat het kost en wie dat moet gaan uitvoeren. Wie kan er integraal een advies geven voor de hele woning? Bij wie moeten er vervolgens offertes worden aangevraagd en zijn die bedrijven wel betrouwbaar? Er komen zoveel vragen op woningeigenaren af, dat ze verduurzaming uitstellen of alleen op deelniveau uitvoeren, zoals zonnepanelen.”

Wie naar reimarkt.nl gaat, kan online een quickscan doen door een aantal vragen over de woning te beantwoorden. Vervolgens komt er een advies over de te nemen energiemaatregelen. Dat kan variëren van zonnepanelen tot spouwmuurisolatie, na-isolatie of gevelisolatie, vloer- en/of bodemisolatie, dakisolatie, glas en kozijnen, ventilatiesystemen, deuren, dakramen en warmtepompen. “Deze maatregelen worden aangeboden door aangesloten bedrijven. Ook werken we samen met bouwbedrijven die deze maatregelen kunnen uitvoeren. We hopen op een verdere groei van onze partners, zodat de keuzemogelijkheden ook toenemen. We horen van onze partners dat drie van de vier offerteaanvragen leiden tot een opdracht. Normaal is dat ongeveer één op vier. Het is dus ook heel aantrekkelijk om als bedrijf aan te sluiten bij Reimarkt”, aldus Kruizinga.

Ontzorgen

Volgens Kruizinga wordt de bewoner volledig ontzorgd: “Wij kunnen het hele traject verzorgen en staan in voor de kwaliteit van het geleverde werk. We kijken ook samen met onze partners naar de meest efficiënte oplossingen Wacht bij voorkeur op een natuurlijk moment, zoals een verbouwing, aankoop van een woning of vervanging van de cv-ketel.”

Een vergelijking met de Renovatieversneller, ook een afspraak uit het Klimaatakkoord, is al snel gemaakt. Een belangrijk onderdeel van de Renovatieversneller is het boodschappenmandje. Woningcorporaties hebben meer dan twee miljoen woningen en die woningen lijken heel erg op elkaar, zowel de gestapelde bouw als rijtjeswoningen. Er is echter nog geen cultuur van samenwerken tussen corporaties. De Renovatieversneller wil die samenwerking bevorderen door het bundelen van vergelijkbare opgaven. Hiermee wordt een soort boodschappenmandje gecreëerd, waarmee aanbieders worden uitgedaagd om gestandaardiseerde oplossingen in dat mandje te stoppen. Vraag bundelen dus en samen inkopen. Dat verhoogt de snelheid en verlaagt de prijs van de energietransitie.

Is Reimarkt niet een Renovatieversneller voor woningeigenaren? “Ja, daar lijkt het wel op. Wat de Renovatieversneller voor woningcorporaties doet, doen wij voor woningeigenaren. Hoe meer woningeigenaren gebruikmaken van de energiemaatregelen die wij aanbieden, hoe beter onze partners kunnen inspelen op de vraag. Dat biedt op termijn natuurlijk kostenvoordelen. Maar wij werken ook met woningcorporaties! Zo bieden we samen met woningcorporaties bij woningverkoop een verduurzamingspakket aan van 9.000 euro.”

Zowel Klaas Vegter als Josien Kruizinga besluiten met de opmerking dat verduurzaming van woningen heel anders ‘verkocht’ moet worden: “Tot op heden ligt de nadruk op een cijfermatige benadering met energielabels, energieprestaties, terugverdientijden, energiekosten en subsidies. Maak verduurzaming meer sexy! Laat zien dat je woning er na een gevelrenovatie weer als nieuw uitziet. En hoe fijn is die extra ruimte doordat de radiatoren ontbreken, of noem het comfort van vloerverwarming. We moeten beter de taal van de bewoners spreken.”

Vragen over dit artikel?
Stel uw vraag
Details
Gerelateerd
Duurzaamheid Klimaatadaptie Klimaatadaptatie grootste opgave openbare ruimte
01-04-2019
Duurzaamheid Energietransitie Voldoet uw gemeente aan het Energieakkoord?
01-11-2018
Duurzaamheid Energietransitie Gasloos bouwen en omgevingspraktijk
01-10-2018
Duurzaamheid Energietransitie Van Klimaattafel gebouwde omgeving naar normalisatie
03-09-2018
Inhoudsopgave